HomeEen drietal lezingen in Amerika gehoudenPagina 41

JPEG (Deze pagina), 1.02 MB

TIFF (Deze pagina), 8.55 MB

PDF (Volledig document), 47.59 MB

Y____f _ Y ____ __ _,_ _ , ,,_ _ H, ,.,_, .,‘­,.,­,~­­.1v,,v­,•­­«­q­­•:y•vm•,· ~­v
tegenover een vrije ontwikkeling der schilderkunst en beeldhouw~
kunst in alle richtingen. Deze beide kunsten voelden zich vrij van
den architekturalen band. Zij ontwikkelden zich wel is waar tot
grootsche persoonlijke uitingen maar juist daardoor tot schade voor
de ontwikkeling van een grooten stijl.
Die vrije geestesuiting, de subjectiveering der gedachte voerde
ten slotte met de Fransche revolutie tot een verwarring van het ge-
heele geestesleven, hetgeen in de bouwkunst de zoogenaamde stijl-
architektuur, de eklektische richting ten gevolge heeft gehad. Dat
was een historische noodzakelijkheid. Geestelijke verdeeldheid leidt
immers tot gedachteloosheid, tot gebrek aan fantasie, zoodat men
wel tot copie moest vervallen. En wat daarvan de gevolgen zijn ge~
weest is algemeen bekend, omdat zoowel in Europa als in Amerika ‘
van die geestelooze architektuur tal van voorbeelden bestaan.
De gebouwen in den modernen gothischen en neo-klassieken stijl ·
zijn of nuchter of overladen, terwijl de gebouwen in de zoogenaam~
de persoonlijke stijlen eenvoudig belachelijk zijn. Dit was in het
algemeen niet het gevolg van gebrek aan talent der bouwmeesters,
omdat het niet waar is, dat er in sommige tijdperken meer geniale
menschen geboren worden dan gewoonlijk.
Het talent behoeft echter voor zijn ontwikkeling gunstige tijds··
omstandigheden, die in de vorige eeuw voor de ontwikkeling eener
. groote architektuur niet aanwezig waren.
Scheffler, de bekende Duitsche denker, spreekt zelfs van een ver-
twijfelden strijd van genieën op de slachtvelden der kunst, die in zulke
omstandigheden plaats grijpt, en Hegel komt ten slotte tot de over~
tuiging, dat ten gevolge der hedendaagsche maatschappelijke ver~
houdingen de kunst ten opzichte harer hoogste bestemming voor
ons tot het verledene behoort; dat wij zijn ontgroeid aan de moge~
I lijkheid kunstwerken goddelijk te kunnen vereeren en te aanbidden,
L en dat datgene wat ons daarin ontroert nog een hoogere proef moet
kunnen doorstaan.
Deze wijsgeer moest wel tot deze niet zeer bemoedigende be~
schouwing komen, omdat het de taak der filosofie is de verschijnse~
len te verklaren en vast te stellen en niet om naar aanleiding daar~
van wenschen uit te spreken of ideëele gevolgtrekkingen te maken.
Talrijk zijn de inconsekwenties en dwaasheden in een tijd waarin
juist door de industrie en het verkeer aan de bouwkunst zulke groote
vraagstukken ter oplossing worden gegeven.
Een gothisch spoorwegstation, dat toch principieel wel een on~
ding kan worden genoemd, behoort niet tot de zeldzaamheden.
I 35
I
I
I
I
_¤¤¤r I ,­ ;,_, »; ~ I -.r: ;. «·»a ~<· I»..