HomeEen drietal lezingen in Amerika gehoudenPagina 38

JPEG (Deze pagina), 1.06 MB

TIFF (Deze pagina), 8.59 MB

PDF (Volledig document), 47.59 MB

,, Y V E
jg, j
E
Ik dacht aan het gezegde van Ruskin, dat luidt: ,,Our architecture
E will languish, and that in the very dust, until the first principle of ïi
j common sense be manfully obeyed, and an universal System of
f; form and workmanship be every~where adopted and enforced°' toen I
T ik de laatste maal uit Italië terugkeerde en de nieuwere werken der l
=‘_ bouwkunst in het Noorden van Europa vergeleek met die van
I vroeger tijden. En zelfs in Italië komt men tot een waardeschatting
,j van het Klassieke tegenover het Middeleeuwsche, van het Middel~
eeuwsche tegenover het herboren Klassieke èn van datgene wat de I
vroegere tegenover de latere Renaissance kenmerkt. Ik heb ten~
minste bij mijn laatste reis naar het zuiden een dieper inzicht ge~
kregen in het wezen der kunst dan vijfentwintig jaar geleden, en j
ï eerst toen erkend, dat ter bereiking van een groote architektuur een .-
· bizondere voorwaarde moet zijn vervuld. En wanneer er sprake is
van een groote architektuur dan is er tevens sprake van een groote =_
kunst in het algemeen, dus van een tijdperk waarin de architektuur l
is de stijlgevende kunst; een tijdperk waarin de architektuur deleiding
Q heeft en de beide andere beeldende kunsten nóch aan haar onderge~ jl
schikt zijn, noch een afzonderlijk bestaan leiden, maar met haar E
samenwerken ter bereiking van een grootsch geheel. Een zoodanig
resultaat is namelijk het gevolg van een geestelijke stuwkracht, een
geestelijk dogma, niettegenstaande de architektuur geen eigenlijke
vrije kunst is. Zij vindt haar oorzaak niet in zich zelf, maar is het ge- `
volg van materieele behoeften. Dat klinkt op zich zelf niet zeer l
kunstvol, al is de architektuur misschien juist daarom de hoogste
g kunst. Want daardoor geeft zij leiding aan de cultuur en is op haar
· beurt ook de afspiegeling daarvan, omdat ten slotte cultuur beteekent
overeenstemming tusschen materieele en geestelijke behoeften. Is er
dus een architekturale ontwikkeling dan volgt daaruit, dat er ook is
een algemeene materieele vooruitgang en dienovereenkomstig een èï
vooruitstrevende geestelijke beweging. Is dat nu werkelijk tegen~
woordig het geval, nu er gesproken wordt van een moderne archi~ ë
tektuur tegenover die van de negentiende eeuw? Deze laatste kan Q
ïg immers bezwaarlijk een groote architektuur worden genoemd, om~
dat ze in het algemeen was een eklektische, een architektuur die l
eerst de klassieke, en later de middeleeuwsche, maar voornamelijk j
·‘ de Renaissance stijlen opnieuw tot bloei trachtte te brengen. Daarbij ·
»· moet er aan herinnerd worden dat ten tijde der Renaissance de _
_` architektuur reeds de zwakste der kunsten was, tegenover de schil~ -
der~ en beeldhouwkunst, die zich elk afzonderlijk ontwikkelden.
Xäj De geringe kracht der Renaissance bouwkunst vond haar oor~ ‘·
¤ A
Q
?,’
Q lril l
I lr V I ‘ , H __ . ..,., ,,_,. . ..... . . t M ‘¤-