HomeEen drietal lezingen in Amerika gehoudenPagina 34

JPEG (Deze pagina), 1.03 MB

TIFF (Deze pagina), 8.65 MB

PDF (Volledig document), 47.59 MB

zaak te zoeken van den onrustigen indruk, de aarzeling in den vorm,
de groote slapheid, die de hedendaagsche architektuur kenmerkt.
,. Daarbij geldt als een axioma, dat beelhouw~ en schilderkunst de
architekturale vormen steunen; maar wat komt bij de uitvoeringvan
de harmonie, die daarvan het gevolg moet zijn, terecht? Deze is be~
trekkelijkerwijs gunstig bij het gebruik van vroegere stijlvormen,
omdat in dat geval de bouwmeester altijd zeer gemakkelijk kunste~
naars kan vinden, die in dienzelfden geest werken. Maar bij moderne
,.‘. architektuur, dus bij toepassing van vormen zonder historische tradi~
tie, zal die harmonie veel te wenschen overlaten, omdat een over~
eenstemming in inzicht nog niet bestaat.
De moderne architekt bevindt zich dientengevolge in de moeie~
lijke positie ook de beeldhouw~ en schilderwerken te moeten ont­ .,,
werpen, in welk geval hij den desbetrefïenden kunstenaar in zekeren
zin tot slavenwerk dwingt en daardoor ook niet zijn beste werk ver-
krijgt; hij zal daarvan moeten afzien, maar ervan verzekerd zijn in ‘
dat geval geen eenheid te zullen bereiken, omdat het vrijwel zeker is,
dat beeldhouwer en schilder niet in zijn geest werken. Dat ligt niet
aan den kunstenaar als zoodanig, maar aan den in kunstinzicht nog
volkomen anarchistischen dus nog geheel onrijpen tijd,
Ik merkte bijvoorbeeld reeds op, dat in het algemeen in een ont-
wikkelde architektuur voor een salonfiguur, noch voor een schilderij,
J plaats is. Ik zeg in het algemeen, omdat de wijze van omlijsting, de
. compositie en het coloriet zoodanig kunnen zijn, dat zij desniettegen~
ft staande tamelijk goed in het architektonische geheel passen. Maar
E wat is de oorzaak, dat de meeste moderne wandschilderingen zich
" op onaangename wijze opdringen of, artistiek gesproken, uit den
wand vallen.
De oorzaak is dat zij te veel als schilderijen zijn behandeld, dat bij
het beloop der daarop voorkomende lijnen geen rekening is gehou~
den met de straffe lijnen der architektuur. De oorzaak is, dat het
schilderij den decoratieschilder nog te zeer in het bloed zit, omdat
het onderwijs op de academies alleen daarop is gericht, en niet op ·
de voor een bepaalde ruimte passende schildering.
De decoratieschilders hebben zich van deze eeuwenoude traditie
I »«`i T nog niet kunnen losmaken en niettegenstaande zij hun schilderingen
X met ornamenten omlijsten, blijven het schilderijen en worden het
geen wandschilderingen in architektonischen geest. Er ontbreekt
daaraan de in den vorm rustige, in de kleur harmonische gestalte,
die slechts een wederzijdsche beperking in staat is te geven.
‘ En met de beeldhouwwerken is hetzelfde het geval. Men weet
28

G‘/ ‘ `
‘ I" I .. ...,. . . .... . . .. r . .... "" *1
Iïy ­~ r we ~ ..~:e«¢z;J1¥P“*vfj­¤·ï!,3eï­·! =` V·*·‘"""'”°‘*f¤t‘·¥T!‘·`**'·"‘r"*‘­"‘ ·‘·'i" ‘`‘‘· M.*‘=ï"·~*"’··=`.’ë"'i?‘~·ï ""Yy ' " "ï ' ‘ ""` " ‘ ` " " `'`` ' "