HomeEen drietal lezingen in Amerika gehoudenPagina 30

JPEG (Deze pagina), 0.99 MB

TIFF (Deze pagina), 8.43 MB

PDF (Volledig document), 47.59 MB

vïjïï ?

houdingen vast te stellen door middel van overhoeks geplaatste
kwadraten, dat eerst onlangs onderzocht is en in elk geval een inter-
W ilkl essante bijdrage tot dit onderwerp levert.
Mij dunkt, dat door deze voorbeelden voldoende is aangetoond
· dat, evenals voor de klassieke architektuur ook voor die der middel-
eeuwen mathematische regelen te baat zijn genomen ter bepaling
der architekturale verhoudingen.
Dat in het algemeen de idee van elk echt kunstwerk in den grond
, van mathematischen aard is en dat zijn hoogste wetten de wetten
der mathematiek zijn, zooals Reichensperch in zijn inleiding tot een
middeleeuwsch boekje over architektuur beweert, zal zeker wel het
j gemakkelijkst zijn aan te toonen bij de scheppingen der bouwkunst
en de waarde daarvan ook wel het allereerst worden erkend. Zal
echter deze erkenning tot zijn volle recht komen, dan moet niet
;‘l alleen het geheel, maar dan moeten ook de onderdeelen aan dezelfde l
mathematische wetten voldoen. I
En het is daarop dat de Eurytmie in den geest van Vitruvius j
berust, waarvan de leidende grondgedachte zeker geen nadere be- Q
vestiging noodig heeft. Deze algemeen geldende kunstregel leert
immers dat de mathematische wetten, die bij een architektonisch
kunstwerk de verhoudingen van het geheel en de onderdeelen be- i
heerschen óf volkomen dezelfde moeten zijn of een zoodanige dat ‘
*" daartusschen een eenvoudige en duidelijke onderlinge samenhang
, bestaat.
Hoe dit ook zij, hieruit volgt dat het onverschillig is in welk
systeem, of, om muzikaal te spreken, in welken toonaard een com-
‘, positie is gevat, wanneer slechts het geheel zoowel als de onderdee-
len aan hetzelfde systeem gehoorzamen, die eigenschap bepaalt ten
Q2 ` slotte de voorwaarde tot eenheid van stijl, niettegenstaande, zooals
_ ,`i· reeds aan enkele voorbeelden werd getoond, eene toepassing van
verschillende systemen nog geen dissonnantie behoeft te veroor-
zaken.
Wanneer nu deze onderzoekingen geen twijfel meer overlaten
aan het feit, dat in tijden der groote stijlperioden de architektuur
volgens zekere geometrische verhoudingen werd gevormd, rijst de
5 vraag of het thans geen tijd zou zijn, om daarmee wederom een
{ begin te maken en dat te meer omdat het gebleken is, dat dit systeem
het volkomenst bij de meest constructieve en daardoor zuivere stij-
len werd toegepast, den Griekschen en den Middeleeuwschen.
Men zou zelfs kunnen vragen of niet juist daarom deze beide stij-
len de meest constructieve zijn geweest omdat, niettegenstaande zij
ëïirf 24
i "
5/
T §
. TF F t W M Y 4l;`kL«ç’ä'ï·L*?3f;­§' lv:w”­­?“L!,1t:"3·e.vAtwhwmflTW lv)? vnh“.,:.ïv` A _·¥;:§ï,ä_ï*;ï x$;è_r_ ::__P_,; `_ te `v_ j,__ , , _. M _ I A- `.r4­·;_ is _,_;;-yn ,i.A.'v;..¢ W4 __. ,,..`__.. _·• .,.« ' uw A - _