HomeEen drietal lezingen in Amerika gehoudenPagina 27

JPEG (Deze pagina), 0.99 MB

TIFF (Deze pagina), 8.44 MB

PDF (Volledig document), 47.59 MB

`
e
l neer wij tot een dergelijke werkwijze zouden overgaan, wij niets
. nieuws zouden doen, zooals onderzoekingen aan het licht hebben
j gebracht. Want deze werkwijze zou overeenkomen met die van
é Grieken en Middeleeuwers, die met hun modul en driehoeksysteem,
T inderdaad de architekturale verhoudingen volgens een bepaald l
; rythme schiepen. Het is trouwens bekend, dat wanneer wij thans
, historische vormen copieeren, dus eklektisch te werk gaan, wij dat
i dan ook met diezelfde modul en partes doen.
? Maar wij doen dat gedachteloos, terwijl wij ons beperken tot den
I klassieken porticus, in de meeste gevallen de eenige herinnering aan
, den klassieken tijd, omdat voor de overige deelen van het gebouw
» geen voorbeelden bestaan. Zou dit, het zij terloops opgemerkt, niet
{ reeds voldoende zijn om te overwegen of het niet wenschelijk zou
l zijn het copieeren van oude stijlen na te laten?
‘ Wij weten, dat de Grieken den geheelen tempel volgens een j
. vasten vorm hebben gebouwd, hetgeen door Fergusson in zijn
i ,,History of Architecture" zeer uitvoerig wordt uiteengezet. Charles `
Cïpiez toont zelfs aan, dat de voornaamste verhoudingen daarvan, I
, met die van het accoord in de muziek (dat is dus volgens eenvoudige
j getallen) overeenkomen.
; Wij weten zelfs uit den bijbel, dat de afmetingen van de ark van
" Noach zich verhielden als 1 z 5 : 30, zoodat daarmee wel wordt be~
wezen, dat het maken van kunstvormen volgens zekere eenvoudige
maatverhoudingen, reeds zoo oud is als de menschheid zelf.
Wij kunnen echter nog meer voorbeelden daarvan aanhalen. De
~ Egyptische pyramide had de vaste verhouding van 5 x 8 terwijl zelfs
de gulden snede bij sommige pyramides voorkomt als de verhouding
_ van de halve basis tot de hypotenusa. Dieulafoy toont dergelijke
i verhoudingen aan bij Perzische monumenten, terwijl volgens de
jongste onderzoekingen van Dr. v. Drach en Dehio aan de geheele
l middeleeuwsche kunst een driehoeksysteem ten grondslag lag, dat
` als het zoogenaamde ,,atelier~geheim" bekend staat. Het is trouwens
l nauwelijks denkbaar dat een kunst, wier geheele wezen een geome~
g trisch karakter vertoont, niet volgens bepaalde regelen zou zijn
i gemaakt.
ä En ten slotte is het zelfs waarschijnlijk, dat ook nog in de Renais­
° sance dergelijke regelen hebben gegolden, omdat het bouwkundig
schema dezer kunst van de Romeinen werd overgenomen. Wanneer
nu krachtens bovengenoemde beschouwingen de wenschelijkheid
wordt betoogd, ook de moderne architektuur volgens dergelijke
regelen op te bouwen, dan dient daaraan vooral de waarschuwing
2 l
à ll Y . ., _ l«"# ’ ‘­ · . _. ‘. >;#·»;¤.;'=..-ir · " ' i "¥ ‘ ‘ ‘ '··`·"‘ ” "’ " H