HomeEen drietal lezingen in Amerika gehoudenPagina 25

JPEG (Deze pagina), 1.02 MB

TIFF (Deze pagina), 8.43 MB

PDF (Volledig document), 47.59 MB

l
l
l
wetten, dat is zonder methode, juist bij de schepping van kunstwer~
ken, hoe paradoxaal dat misschien moge klinken, niets volkomens
kan worden bereikt. Deze meening, dit inzicht, staat tegenover het
inzicht van den lateren tijd, dat namelijk de kunst vrij moet zijn en j
haar schepping een persoonlijke ongebonden daad. Deze meening l
is het gevolg van den invloed die de schilderkunst op het geheele
kunstinzicht der laatste eeuwen heeft uitgeoefend, omdat de schil~
derkunst van de drie beeldende kunsten de voornaamste en daar~
door de overheerschende kunst werd.
Het woord "schilderachtig" werd een tooverwoord in dien zin,
dat elke puinhoop op het publiek een grootere aantrekkingskracht
pleegt uit te oefenen dan een architektonische schepping en dat een
· schilderijtje met een koe naast een sloot op een hoogere sympathie
kan rekenen dan de schilderingen van een Giotto of een Michel
Angelo. Maar is ten slotte niet al het schoone schilderachtig dat is , ;
waard om geschilderd te worden? zoodat dan het verhevene
juist schilderachtiger zal zijn dan het ordinaire?
Deze invloed van de schilderkunst had zelfs het gevolg, dat ook S,
architekten en beeldhouwers begonnen met op schilderachtige wijze
te werken, een opvatting, die reeds principieel met de Renaissance
was begonnen. Want de Renaissance beteekent de geestelijke be~
` weging in de richting van het persoonlijke, het ongebondene, als
reactie tegen de gebonden geestesuiting der Middeleeuwen,
En daarmee brak in het bizonder voor de bouwkunst de onvoor~
deeligste tijd aan, omdat zij daarmee het gebied ook der zoogenaam~
de vrije kunst betrad, hetgeen echter het begin der eigenlijke verval­
periode beteekende. Dit klinkt volgens de hedendaagsche begrip~
pen onartistiek, terwijl daartegenover toch de meening zou kunnen
worden verkondigd, dat de kunst niet alleen aan wetten gebonden
moet zijn, maar dat zelfs een hoogere kunstuiting, zonder die wetten l
niet mogelijk is. En dat geldt niet alleen voor de architektuur, waar~ l
voor deze meening nog uit het wezen dezer kunst zou kunnen wor~
den verklaard, maar ook voor de beide zusterkunsten, de beeld~
houw·· en schilderkunst.
,,De kunst" zegt Hegel, ,,wel verre van de hoogste vorm van den
geest te zijn, krijgt eerst in de wetenschap hare hoogste bevestiging. _
Men bemerkt reeds, dat tengevolge van deze beschouwingen er
binnen een architekturale compositie voor een schilderij of salon~
figuur zooals wij die kennen geen plaats is, omdat deze beide cate~ j
gorieën zich langzamerhand aan de artistieke gemeenschap der beel~
dende kunsten, onder leiding der architektuur, hebben onttrokken.
19 J
l

ä
, . J . ., - .. , .,,, .,...,., . .. , ...... . ..,., ,... r. ,... , ..,,,_. , ..., ,. .,,.,. , . ,, i...