HomeEen drietal lezingen in Amerika gehoudenPagina 23

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 8.43 MB

PDF (Volledig document), 47.59 MB

L
r
e
gedwongen kunnen worden: ,,dat werk bevalt mij wel is waar niet,
maar ik moet erkennen, dat het schoonheidskwaliteiten bezit, dat het
F indruk op mij maakt, kort en goed, dat ik daarin het werk van een
Q kunstenaar ontdek."
‘ Onderzoekt men nu de oorzaak dezer meeningsverschillen, dan
komt men tot de overtuiging, dat in de meeste gevallen een over~
eenstemming slechts dan mogelijk is, wanneer de wijze van ontstaan
ter sprake komt.
‘ Er zou immers reeds veel zijn gewonnen wanneer den tegen­
stander, alvorens hij een oordeel velde, zou kunnen worden gewezen
op de bizondere samenstelling en de consequentie waarmee de vor~
~ men, lijnen en kleuren zijn vastgesteld, en wanneer bij werken van
architektuur, waarover ik dezen avond in het bijzonder zal spreken,
zou kunnen worden aangetoond, dat de opbouw zich logisch uit
i het plan ontwikkelt, de bouwmassa's daarmede in overeenstemming
' zijn, zoodat het geheel in zijn deelen een volstrekte eenheid vertoont. ·
Want wanneer ten slotte van een kunstwerk dit laatste kan worden J
gezegd, dan staat het boven het oordeel, dat door het smaakbegrip ,
wordt bepaald, en zelfs boven het oordeel dat door vele bevoegden
wordt gegeven.
Want ,,het schoone" zegt Kant, ,,moet wel datgene zijn wat zon~
5 der begrip, zonder categorie van het verstand als object van een
K algemeen belang wordt voorgesteld, Maar om het schoone te waar-
’ deeren is toch een ontwikkelde geest noodig; de mensch, zooals hij
gaat en staat heeft geen oordeel over het schoone, omdat dit oordeel
op algemeene geldigheid aanspraak maakt."
l Nu rijst de vraag, hoe dan wel een kunstwerk moet zijn opdat
p daarin die bovengenoemde ,,Eenheid in de Veelheid" aanwezig zij, l
, die als voorwaarde geldt voor datgene, wat niet anders is dan ,,stijl".
~ En die vraag vindt haar antwoord in de natuur zelve, omdat zij
ons het onderzoek afdwingt naar de oorzaak die de plant tot een
I kunstwerk maakt: wat ons de omgevende natuur voortdurend doet
bewonderen, en wat ten slotte het heelal de voor ons menschen on~
begrepen verhevenheid geeft? Q
‘ Het zijn de wetten, waaraan de natuur is onderworpen; het zijn
de wetten, volgens welke het heelal is gevormd, en voortdurend
i vervormd wordt; het zijn die wetten, die ons met bewondering ver~
ü vullen voor de eenheid, waarmede alles is georganiseerd, de eenheid,
i welke de oneindigheid tot in de onzichtbare deeltjes doordringt. j
Semper, de groote Duitsche bouwmeester, zegt in zijn prolego~ l
mena tot zijn werk ,,De Stijl" het volgende. ,,Evenals de natuur bij
1 7
1 _ _ J > .1 M , . i { > .,,2 . hfêryïçlC·:{;r,.;w_«;,..( .¢ .·>·~;«·.·w.¢...·:·4~..v/Y vww: ·«·_« · ···..•··­»·r«.;;.;q‘:. V;_:.»~:..;§j»ï,· _ vj:;·_j;g;,; »;,`4¥·_.,_j; ;·,,;«;£(C;;*»?g,,y;;»_;,,%_;,‘v.­ «;;­;,:;;~_.«r¤`,.·.· ·,·,¤.rk.`.q.LF'ïY“`, L »