HomeEen drietal lezingen in Amerika gehoudenPagina 16

JPEG (Deze pagina), 1.03 MB

TIFF (Deze pagina), 8.44 MB

PDF (Volledig document), 47.59 MB

ä het doelmatige schoon, maar wel al het schoone doelmatig is.
ou met daarom de natuur de moeder der kunst zijn? opdat de
kunstenaar van haar leere, vooral eenvoudig te zijn, zoowel wat de
samenstelling als wat de versiering betreft, die van die doelmatige
V samenstelling het gevolg is. Trouwens wat de natuurlijkheid aan~
gaat valt op te merken dat hoe zuiverder, hoe logischer, hoe een-
voudiger een bouwwerk is, hoe beter het ook in de natuur past.
Dit is het geheim, waarom alle boerenwoningen, die geen kunst-
werken zijn in architektonische beteekenis, als 't ware door de
natuur zelf schijnen te zijn gemaakt. Maar dat is ook het geheim,
waarom ten slotte alle oude, dus stijlvolle achitektuur van af het
eenvoudigste dorpskerkje tot de kathedraal en van af het kleinste
landhuis tot het vorstelijk verblijf, dat wel kunstwerken zijn, even~
eens in de natuurlijke omgeving passen. En dat verklaart ten slotte
* waarom de negentiende-eeuwsche gotische en Renaissance~villa's
tegen de natuur vloeken; omdat deze geen kunstwerken zijn. En
ook blijkt duidelijk dat die harmonie met de omgeving rijst of daalt,
in evenredigheid met de gradueele kracht van een stijl. Want ten
slotte zou in overeenstemming met de gevoerde beschouwingen
de stelling kunnen worden verdedigd, dat in het algemeen een
Renaissance bouwwerk daarom minder goed in de natuur past
ag dan bijv. een Romaansch, omdat dit als zoodanig achitekturaal aan ~
het laatste minderwaardig is.
Zal echter die moderne beweging eenige innerlijke waarde heb~
ben, dus de waarborgen bieden voor de ontwikkelingsmogelijkheid
tot een groote kunst, dan moet zij, wil zij aan deze beschouwingen
_ beantwoorden, een geestelijken ondergrond hebben.
De reeds genoemde Schefïler zegt nu ten opzichte van het stre~
ven, dat zich in de moderne beweging kenbaar maakt, het volgen··
de: ,,Wat de kunstenaars van gebruiksvoorwerpen doelmatigheid
noemen, is oorspronkelijk causaliteitsidee, dus Godsidee, en het
gi; ijverig streven om woonhuis en kantoorgebouw verstandig te con~
jg · strueeren hebben hun oorzaak in geestesstroomingen die door
godsdienstige gevoelens worden bewogen.
3 Wij zien dus, dat deze denker aan dit streven reeds een religieu~
zen ondergrond ontdekt en dus daaraan de waarde toekent die wij
ig daarvan verlangen. En bovendien wordt daarmee uitgesproken dat
Y daardoor de bouwkunst weer de haar toekomende plaats als leiden~
de kunst gaat innemen, hetgeen hij als volgt toelicht.
,,Terwijl de vroegere tijd de architektonische kunstvormen steeds
aan ideaal~bouwwerken ontleende, zoo probeert de tegenwoordige
.l*ä·
,5 ·,
i
‘ ä
F
·· e ···» ;­:»«· ··~·· ..·.4~;;;.ç; ,i,_. ;·; ,·-· ·:. ··.·· .:.­:.= ·.·¤. 1 ~ -·~..·« ; -»·-