HomeEen drietal lezingen in Amerika gehoudenPagina 15

JPEG (Deze pagina), 975.86 KB

TIFF (Deze pagina), 8.71 MB

PDF (Volledig document), 47.59 MB

Maar kan wel een ander gevoelen in een subjectivistischen tijd
worden verwacht? Hoe slecht is echter bij zulk een maatschappe~
lijken toestand de bouwkunst er aan toe. Door haar streven in
eklektische richting, door haar stijlcopie werd zij de minst begre~
pene, omdat daardoor de meening ontstond dat de kunst van bou~
wen alleen bestaat in het kennen van die oude stijlvormen. En die
meening was ook die der bouwmeesters zelf en natuurlijk ook die
der professoren in de kunst, welke laatsten de kunstenaars vervin~
gen, waar het gold te onderwijzen en het publiek voor te lichten. i
Voegt men daarbij de vele onbevoegden, die het beroep van archi~
tekt uitoefenden, dan heeft men de som van oorzaken die er voor
zorgden, dat ten slotte de bouwkunst zelf niet meer als een kunst en
de bouwmeester niet meer als een kunstenaar werd beschouwd.
En moest niet de bouwkunst de populairste der kunsten zijn, juist
omdat zij is de directe uiting van het maatschappelijk leven, de eigen~
lijke culturale kunst, de kunst die het minst kan worden gemist?
Er werd nu zooals ik zeide in het laatst der negentiende eeuw in
Europa een ander streven zichtbaar in de kunstnijverheid, zooals in
de architektuur; een streven dat zich voorloopig kenmerkte door
het nalaten van het gebruik van oude stijlvormen, door een alge~
meene vereenvoudiging wat de eigenlijke versiering betreft. Zuiver~ i
heid van samenstelling, eenvoud in de versiering, en doelmatigheid
bovenal, ziedaar het karakter van een streven, dat zich, alhoewel in
Engeland het eerst, toen ook in alle andere landen openbaarde.
Toch is zulk een streven op zich zelf niet alleen niet nieuw maar
het is het kenmerk van alle beginperioden eener groote kunst. Want
het tijdperk van groei, dat is van zoeken is natuurlijk het tijdperk
waarin de grondvorm als noodzakelijk begin moet worden vast~ l
gesteld; die grondvorm ontwikkelt zich dan langzamerhand tot vol~ j
lenfwasdom, tot volkomen harmonie, om dan ten slotte tot in de zoo~
. genaamde barokke periode tot verval te geraken. Dit kenmerkt zich
door een naar voren dringen van het decoratieve element ten koste
der zuivere constructieve beginselen.
En wat de algemeene strekking van een dergelijk streven betreft, g
kan dit niet anders dan natuurlijk worden genoemd, omdat de na~ l
tuur zelf de opperste doelmatigheid en eenvoudigheid betracht in de
samenstelling harer voortbrengselen.
De groote Duitsche wijsgeer Kant zegt dienaangaande het vol~
gende; ,,Het schoone moet de eigenschap der doelmatigheid in j
zooverre bezitten dat deze aan het voorwerp zonder voorstelling l
van een doel wordt waargenomen." En Goethe merkt op, dat niet
9
-f
5