HomeEen drietal lezingen in Amerika gehoudenPagina 14

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 8.71 MB

PDF (Volledig document), 47.59 MB

­‘»~
'_q: op te wekken, dat daarvan een cultuur, dus ook een groote kunst,
het gevolg zou kunnen zijn.Want er werd immers reeds opgemerkt,
dat de beweging der Renaissance wel beteekende een vrijheid van
geestesuiting, maar dat juist daardoor de sterke band van het reli-
gieuze leven was verbroken, dat die band langzamerhand al losser
en losser werd, zoodat deze beweging ten slotte leiden moest tot
subjectivistische verbizondering.
Wel kon zij een aparte geestelijke overeenstemming ten gevolge
hebben en dus ook een dienovereenkomstige cultuur met een
karakteristieke kunst, waarvan het Holland der zeventiende eeuw
een schitterend voorbeeld is, maar toch ontbrak aan dien geeste-
lijken ondergrond, die bindende kracht, die solidariteit, die de voor-
waarde is van een groote algemeene kunst,. En omdat voor dat
religieuze geestesleven de Fransche Revolutie ten slotte de alge-
meene ontbinding beteekende, kan van de negentiende eeuw wel
als €€H gOïl1SClie{1ïl0c;1S tijdpïrä wordïn gesprokän. De eävarljng be-
lgïij ï vestigt toc we , at et go s ienstig even van ezen tij ze er niet
meer, zooals vroeger, het geheele geestesleven beheerscht.
Wij zijn integendeel tot de erkenning gekomen, hetgeen ook door
tal van schrijvers wordt bevestigd, dat ditzelfde religieuze leven tot
een zuiver vormelijke dienst is afgedaald. En dit gaat, zooals reeds
5; werd opgemerkt, noodzakelijkerwijs gepaard met een volslagen ver- i
slapping in de architektuur, waarvan eenerzijds een copie naar oude
stijlen het gevolg is, anderzijds een verbizondering een subjectivisme
dier hooge kunst, waarvan de zoogenaamde ,,]ugend-Stil" in Europa ï
Q een van de vele uitingen werd.
j ` Het gevolg van dezen toestand was, dat de kunst in het algemeen
buiten het volk kwam te staan, dus buiten de gemeenschap, hetgeen
dus zeggen wil, buiten het eigenlijke maatschappelijke leven l i
Zij krijgt daardoor een eenigszins mysterieus karakter, wordt als E
iets bovennatuurlijks en daardoor onbegrijpelijks beschouwd, met .
het dienovereenkomstig gevolg, dat een kunstenaar voor een bizon-
der wezen wordt aangezien, hetgeen deze zich maar al te graag laat
welgevallen. Wanneer men echter bedenkt, dat gevoel voor kunst
l l in ieder mensch aanwezig is, en dat een kunstenaar zich alleen daar-
in van de overige menschen onderscheidt, dat hij kunst kan uitdruk-
ken, dan heeft deze niet het recht zich om die eigenschap alleen een
hoogere waarde toe te kennen. En zeker niet als mensch voor wien
een andere moraal geldt; veeleer moest het tegendeel het geval zijn,
hetgeen Plato reeds uitsprak: dat het niet aan een onzedelijk mensch
geoorloofd mocht zijn een kunstwerk te maken.
it
' uï ër
i
‘ T


,_>"___’_àT;:?“lg:.‘$,J ,...,,,W,,äF;-.:7,.,, `,~,,;.M,· ·,,~.-__u>,,_«;~~;i. ljïrssb ~ ·:·T~~. • 3;; _ ­-·>< ·· rl * "_ · ‘ ` ` -· ’ ~' "~ ’ " ï·"‘!"“°*‘ W