HomeEen drietal lezingen in Amerika gehoudenPagina 13

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 8.71 MB

PDF (Volledig document), 47.59 MB

e
l
l niseerd, hetgeen ook weer tengevolge had, dat in de bouwkunst
” van ,,orden" wordt gesproken.
Welk een overeenstemming in gemeenschapsgevoel, ik stipuleer
F opnieuw, moet er hebben geheerscht; welk een warm leven moet
de antieke conventies hebben doorgloeid, dat wij deze kunstwerken
nog zoo levendig kunnen meegevoelen; welk een expansieve idee
vertoont zich in deze kunst, men waagt het nauwelijks te zeggen,
een wijze idee, omdat deze waarschijnlijk niet het gevolg was van
een zelfstandige handeling van den wil. Scheppingsdaden, die zulke
vormen te voorschijn brengen, kunnen alleen op den vergrond van
religieuze gemeenschapsideëen gebeuren; omdat deze zelf in de
meest vrije beteekenis van religieuzen aard zijn. De architekt zoekt
wetten door vormen te begrijpen, de natuurkrachten en hun eeuwige
logica te verstaan. En dit begrijpen uit zich in schoonheidsvorm.
· Zoo wordt de langzame wisseling der bouwstijlen verklaard. De
I vernieuwing van de grondvormen der architektuur wordt alleen dan
" als behoefte gevoeld, wanneer de levensbeschouwing, en ik vestig
in 't bizonder de aandacht op deze uiting, verandert. De geschiede~
nis van het geloof is tegelijk de geschiedenis der bouwkunst. Elke
l godsdienst heeft zijn stijl. Wat tusschen de godsdienstige tijdperken
in ontstaat, is slechts armelijke nabootsing van overgeleverde waar~
, den, een overgang tusschen toestanden van een bepaalde betee~
l kenis."
ç Tot zoover de beschouwing, die wat het laatste betreft overeen~
komt met datgene, waartoe ook mijn landgenoot Dr. Kuyper kwam
in zijn lezing over het ,,Calvinisme en de Kunst", een van de zes zoo~
genaamde Stone~lezingen, die hij jaren geleden hier in Amerika heeft
i gehouden. Hij moest daarbij wel tot het besluit komen, hetgeen ook
‘ overeenkomt met het zoo straks meegedeelde, dat aangezien de j
{ protestanten, maar dan meer speciaal de calvinisten, een zoodanige
g verinnerlijking van het geestes~, dat is godsdienstig leven voorop~
l stellen, dat daarbij althans voor een kerkelijke kunst geen plaats is,
er dus ook voor hen geen behoefte aan een fraai gemeenschapsge~ ä
bouw bestaat. En dat heeft deze verstrekkende gevolgtrekking, dat
er daardoor ook geen groote bouwstijl, dus ook geen stijl in 't alge~ l
meen meer zal ontstaan, omdat elke bouwstijl in den kerkbouw
culmineert en deze, zooals we hebben gezien, juist daardoor leiding
geeft aan alle andere kunsten.
Ik ben echter van een andere meening, omdat het er slechts op §
aan komt te gelooven of er nog een nieuw geestelijk ideaal in staat
zou zijn de menschen zoodanig te binden en zoodanige gevoelens l
, 7 l
l
`*-'"`”