HomeEen drietal lezingen in Amerika gehoudenPagina 10

JPEG (Deze pagina), 1.02 MB

TIFF (Deze pagina), 8.70 MB

PDF (Volledig document), 47.59 MB

l
E
t j
fïïiääf è
r­>¢···ïL%
dig zoowel voor den inhoud als voor den vorm, voor datgene wat
ze wil zeggen en voor de middelen, waarmee ze een beteekenis wil l
’»'­«, . 1 1 j.
, uitdrukken. 5
P En nu leidt organisatie juist naar de objectiviteit, waarbij ik aan
het reeds gezegde herinner, naar de veralgemeening, omdat dat ?
Es- • . . , _
streven tot voorwaarde heeft de individueele ondergeschiktheid j
v.:ir‘­;€ ­ .. _
aan het eenheidsverband. Daarbij moet echter aan het onderscheid Q
s;·&¤;;,iQ · · · . . , , ‘
worden gedacht tusschen 1nd1v1du,en subject of tusschen 1nd1v1~ I
dualisme en subjectivisme, welke categorieën volgens Schopen~ Y
hauer zich verhouden als de wil tot de eigenzinnigheid. Dit moet
dus zoo worden verstaan, dat in de groote cultuur~ of kunsttijdperw I
zégggjçs · . . . . , ,, _ _ I
ken de kunstenaar weliswaar 1nd1v1dual1st1sch blijft, maar met zich- i
.¥·ïïëi:®« · ·
zelf zoekt, dus zich ondergeschikt voelt aan de gemeenschap, waar~ l
·· ­· .. .
van hij de gevoelens door Zl]I1 kunst vertolkt; terwijl IH een cultuur- .
**0:; · ·· . . . . E
j loos tijdperk de kunstenaar subjectivistisch wordt, dus niet de zaak l
maar zijn persoon vooropstelt en zich daarom boven zijn mede~ `
mänschen plaatst aan wie hij zijn eigen gevoelens meedeelt. Y
·;.­;,]`. ·· .·
n groote tijdperken was de stijl van een kunstenaar alti'd het ·
··· .. J
bijzondere van het algemeene. Daaraan herkende men den kunste~
naar wel, maar hij bleef ondergeschikt aan het begrip van den G
algemeenen stijl. Daarentegen komt bij het ontbreken van een j
algemeen eenheidsbegrip, alleen het subject naar voren met al de '{
eigenzinnigheden die daarvan het gevolg zijn. Maar zijn eigenzin~ F
ni e ersonen in de emeenscha wel te ebruiken? Z
‘ g iïg , Q p Q .
Het tragische is echter dat in zulk een tijdperk zooals wij er thans
een beleven, er ook groote kunstenaars worden geboren, die binnen l
de grenzen eener vast gevestigde overtuiging onsterfelijke kunst~ ïi
· ä ­ . . a
werken zouden hebben gemaakt, maar wier kunst zich thans niet ,
tot zulk een hoogte kan ontwikkelen. Q
Tengevolge van deze beschouwingen wordt het ook begrijpelijk ä
waarom in de groote stijltijdperken het juist de architektuur is die l
haar grootste scheppingen voortbren t en waarom 'uist deze kunst 7
$1, ­ .. _
in een cultuurloos tijdperk van alle kunsten het diepste zinkt. Want j
de architektuur 1S in de groote stijltijdperken de waardemeter der
geestelijke denkbeelden, omdat religie en bouwkunst tezamen een
i s cultuur vormen. Maar bij het ontbreken van die denkbeelden ver~
liest zij ook onherroepelijk haar kracht, hetgeen dadelijk tengevolge
heeft, dat dan naar nabootsing wordt gezocht waarvan het resultaat
gelijk staat met een geestelooze dus doode kunst.
,,l do not know anything more oppressive, when the mind is once
awakened to its characteristics, than the aspect of a dead architec~ _
rg 4
l X
I `J
{ =
lff `ïr. .
l$`;fp‘ï?>:'"tTê?°XA六;V§’lE;?·~mal J" 1: .;:”lï:.;`:r f' » ‘¤"Y.» ­°'·l.ïli ff ïQg'I`¥i`ï -·Q'ë‘~-=§'ï""""”" "ï';7··ï£ä'$i‘«';=»" K l