HomeOpen brief aan de Koninkl. Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde te Gent, naar aanleiding van Dr. P. J. Blok's "Pagina 6

JPEG (Deze pagina), 798.16 KB

TIFF (Deze pagina), 7.48 MB

PDF (Volledig document), 20.83 MB

‘*‘‘ J -·· ‘· ‘=vï ···‘ . H . » ­v e al hun e e
r
W
li i
l l
2 . A ‘
smadelijk gezegd worden in een waardigen kring als 'die
ti Uwer Academie, dat een rustig zich aan de studie der l
historie_ wijdend man beoordeelingen terneersehreet, i
die by wiel _ges<%1‘eve/2 beefi.
i Ik l1eb daarom de eer het volgende onder de aandacht '
i· Uwer Academie te brengenr ' j
j Op blz. 5 van den overdruk deelt Dr. Blok mede, g
‘ dat ZHg(§el. over het verblijf van den Prins stukken wist t
te erlangen, die hem in staat stelden ,,de_ nog altijd eenigs­. · i
­· zins duistere zaak op te helderen en daardoor de onbillijke ’~
ten deele onzinnige beschuldigingen van verraderlijke en
tegenover Noord­Nederland schuldige gezindheid zoowel
tegen den Koning als tegen den_ Prins, toen*en /rr/01*
. zzog izzgvórtzcái, tot de juiste maat van schuld terug i
te brengen.°’ _ i T.
. Achter dat door mij gespatieerde staat een noot van
den volgend inhoudt _ i .
,,Vgl. VAN DIER KEMP, in,Tq`rZspieg‘eZ. 1902, IH, blz.
j j 200 vlg.°’ 4 _ ïj
In het stuk, waarop alzoo beroep is gedaan en` dat ik K
Uwe Academie als bijlagel aanbied, wordt echter door mij
i ‘ geenjenkele besichuldiging uitgesproken, laat staan 07zZ2£Z­
A, ij Xgkci ot`011zi7z1zzlgv; en ik kan het slechts als onbillijk_ en ij
i r onzinnig ivraken, dat men dit tot een uitgangspunt voor Q
`_ het geven der”hewuste mededeelingen nam.
ij Uwe Academie kent de Antwerpsehe proclamatie
van 10 October 1830. Zij, die zich daarover tot de
_ verschijning van rjnijn artikel hebben uitgelaten, hadden
haar nooit anders beschouwd dan, laat ik het zoo
noemen, van hare ethische zijde: datzij ooit eenigen
i practischen invloed, noodlottig voor ons vaderland, zou
jj; j uitgeoefend kunnen hebben, was onbekend. Van daar
misschien, dat men zelfs ’n generaal. Knoop, overigens
beter stijlist dan historicus en die zich· zeer hard over het