HomeDe weduwe van Albrecht Beiling, op den verjaardag der teregtstelling van haren echtgenootPagina 11

JPEG (Deze pagina), 605.67 KB

TIFF (Deze pagina), 6.35 MB

PDF (Volledig document), 10.56 MB

~l
il
9 j
2
Gij gïngt, mijn `Beilingl neen, geen tranènvloed , geen j i
smeeken `
Bewoog u't eerlijk woord, dat ge eenmaal gaaft, te breken.
’k Bezwoer u bij de liefde en hij mijn zielesmart ;
Bij 't ongeboren wicht nog rustende aan mijn hart;
`Bij al de zaligheid ons op deze aard’ beschoren. ­­
Wat deed de hartetaal der reinste min niet hooren l _
jg Vergeefs. De stond was daar! gij gingt, en liet me alleen, K
En tradt, der wraak ten zoen , naar d’open’ grafkuil heen.
jl {Z1] barst uit in tranen, en bedekt haar gelaat
met de handen. Onrustig rijst zä op.) . 4
rv ‘

Levend! ­­levendl ach , wat schrikken, in
Z Dierbre Beilingl zalig nu , _y ;
_ Zeg , hoe angstig was het u
4 In die aaklige oogenblikken?
Hemel! tot deze euveldaad
s Nam, ’t geweld den nacht te baat: ’
Gruwlen die de deugd doen rouwen , ‘
j ‘ Mogt alleen de nacht aanschouwen. i '
·’l·: Zie zijn beulen siddrend zwijgen. ‘ _ ,
Beilings deugd is hun te groot,
f Moedig stapt hij in den dood; g
’k Zie voor ’t laatst zijn’ boezem hijgen. 3
i. Snakt hij ook vergeefs naar lucht, ll
. Slaakt hij ook zijn’ jongsten zucht, i ·
‘ Groot, mijn Beiling! in uw leven ,
h W`aart gij roemrijk in uw sneven l
{Haar gevoel overmeestert haar. ..4_/gemat ` i
zet zzj zich nederj _
Maar , wee mij , verlaatnel wat baat mij de roem Q
Den naam van mijn' echtvriend beschoren? ·
Ik zit hier zoo treurig , zoo eenzaam ter neêr;
De naroem lxergeeft mij mijn° Beiling niet weér;
Met hem heb ik alles verloren!
A 5 Mijn ‘
al
“¢f$éi’ :· e Z? « «""`"" i' i we een K l ii iiajili