HomeHoe Kappelman (de heer M.) Multatuli beoordeeldePagina 47

JPEG (Deze pagina), 579.39 KB

TIFF (Deze pagina), 5.45 MB

PDF (Volledig document), 37.22 MB

{
?
45
De houding van den spreker ten opzichte zijner
toehoorders was in de hoogste mate beleedigend.-
{ Mum. maakte zich schuldig aan mystificatie van het
publiek, omdat hü bygeloof en geloof over een kam
schoor en geaimonceerd had, dat hij over bgjqeloof
zou spreken. - Mum. verkondigde en verdedigde de
volgende stellingen:
{ le. De staat is een dollemansbegrip. - Qe. Het par-
l lement - de vloek der volken. - 3e. Eerbied voor de
Wet ­- belachelijk. - {te. De letterkunde, speciaal de
romantiek - prullerij. - 5e. De couranten - naar
‘ nzekere plaats." ~ Ge. man en vrouw - natuurdrift. -
7e. Kinderen" - Geen verderfelijker bijgeloof en geen
noodlottiger fictie dan de invloed van de ouders op
de kinderen.-
Als het niet ergerlijk ware, zou het bijna belache-
lijk zijn, dit alles met een groot woord neg/zo/cen" te '
betitelen. Dit ”bijzaken!?" -- Ik maak mg sterk, dat
{ menig lezer, toen hij kennis had genomen van de
beschuldigingen , die vervat zijnin de zeven opgesomde
punten, hoofdschuddende heeft uitgeroepen: Uhet is
niet te verwonderen, dat die Mum. zulke gemeene
CQ stellingen durft uitspreken en verdedigen, want hij
is immers een atheïst en wat kan men van zoo’n su-
jet anders verwachten!"
Deze redeneering zou echter onjuist zijn, want
eerst moest dan het bewijs geleverd Worden, dat
deze stellingen, vooral 1, Q. 7 en 9, noodzakelük voort-
d vloeien uit het atheïsme. Niettemin houd ik mij ver-
zekerd, dat velen de aangehaalde gevolgtrekking ge-
maakt hebben en den heer M. stel ik daarvoor ten
deele verantwoordelijk.
I