HomeHoe Kappelman (de heer M.) Multatuli beoordeeldePagina 28

JPEG (Deze pagina), 634.11 KB

TIFF (Deze pagina), 5.48 MB

PDF (Volledig document), 37.22 MB

~ . nei ï, .« er M
. '¢ _
26
ken, omdat het met de eerste lezing blijkbaar niet
ingenomen was. De eenvoudige waarheid is, dat Mult. A,
het minder gunstige oordeel zi_jner vrienden over de "
eerste lezing meedeelde en beloofde, zich aan hun
raad te zullen houden, om ditmaal iets van zich zel-
ven te geven. ,
ls dit loyaal gehandeld of niet? VVeerklinkt daarin ‘
iets van het tot vervelens geciteerde ,,Publiek, ik ver- ,
, acht u," dat sommige lieden in alles weten te hooren,
wat Mult. schrijft of zegt? Erkende Mult daardoor niet, j
dat hij in de keus van het onderwerp der le lezing j
gefaald had? Neen, Mult. was niet hooghartig of belee­ Y.
digend, of men moest eene beleediging vinden in de ,
volgende door hem gebezigde woorden: ,,VVanneer ik l
ditmaal niet welsprekend ben, wijt het daaraan, dat
ik mijne toehoorders beschouw als te ontwikkeld, om
het niet in hoofdzaak met mij eens te zijn. Om wel- i
sprekend te zi_jn, heb ik noodig een publiek dat nog t
overtuigd moet woman, waar tegenover- ik met al het ,
, vuur, dat in mij is, moet optreden - des noods kan aio
donderen. Uit ervaring weet ik, dat dit publiek door-
gaans niet naar mij komt hooren, en ik geloof daarom
mijne toehoorders te mogen houden voor geestverwan­
ten, die gekomen zijn uit sympathie voor den spreker." ·
Deze bewering echter was te stout. De hee1· M. al- _
thans behoort, blijkens zijn schrijven, niet tot de per- l
sonen, die Mult veronderstelde, en als de heer M. zich
ovei· deze onbehoorlijke annexatie beleedigd en toor-
I nig had gevoeld, zou dit alleszins verklaarbaar zijn.
l Hij deelt het ons echter niet mee.
, lk kom nu tot de hoofdgi·ieve van MuZtatuli’s beooi·­
deelaar, Hij zegt: ”Mult. had het publiek opgeroepen
om eene voorlezing bij te wonen over bijgeloof', en
welverre van zich bij dat onderwerp te bepalen, heeft
hij alles in het godsdienstig, staatkundig en maatschap-
r
F J
V