HomeBeschouwingen over het eiland Schokland naar aanleiding van eene voorgestelde inkorting, met een naschrift aangaande de nog nietPagina 50

JPEG (Deze pagina), 573.51 KB

TIFF (Deze pagina), 6.11 MB

PDF (Volledig document), 32.94 MB

l
5
t
hebben bewezen zich de belangen der schippers
j bijzonder aan te trekken.
Ofschoon dit in Overijssel geenszins het geval
was, hetgeen trouwens, alles in aanmerking geno-
men, ook wel niet was te verwachten, zoo waren
j ook daar toch altijd menschen, die zich het lot
der schipperij wel degelijk aantrekken; ten bewijze
hiervoor zal ik alleen opgeven, dat in 1850 in de
na_jaarsvergadering van de Provinciale Staten, toen
die zaak werd behandeld, het maar twee stemmen
verschilde, of er zoude aan Z. M. den Koningin
j het belang der sehipperij een zeer krachtig adres
zijn ingediend. (1) _
2. Dat, daar sedert de invoering van het tol-
tarief en het lichtgeld , welk laatste in vergelijking
‘ van alle andere lichtgelden , langs de Zuiderzee ,
buitensporig hoog is gesteld, zeker nu reeds meer _
dan eenmaal honderd en vijftig duizend gulden
door de gezamenlijke schippers zal zijn betaald,
2

ll (I) Hierbij merk ik op, dat bij de stemming hierover een lid
om noodzakelijke redenen niet heeft kunnen tegenwoordig wezen,
i hetgeen nog al ecnigsints opmerkelijk werd genoemd, en insgelijks
kan worden gezegd van een lid dier Staten , die vroeger en ook in
die vergadering, voor d.e belangen der schippers , met byzozzdeïen
( year streed, en die later een dergenen is geworden, die het tolta­ '
ä rief, dat in 1856 bestond, heeft verklaard zoo` goed te wezen als
het maar kon, zelfs dat het op goede grondslagen berustte, en
als reden daarvoor ook aangaf, omdat de opbrengst van den tol,
j zijnde volgens Z. Ed. per jaar ongeveer l` I4,7OU>> , juist voldoende-
was, om de werken te kunnen onderhouden en de ü(lllli1ll'§lJ`RllC te
b<·kostig<·u.

3
ïï
ä
[‘
ä