HomeBeschouwingen over het eiland Schokland naar aanleiding van eene voorgestelde inkorting, met een naschrift aangaande de nog nietPagina 46

JPEG (Deze pagina), 589.12 KB

TIFF (Deze pagina), 6.13 MB

PDF (Volledig document), 32.94 MB

W
`
J?

ij Men heeft de werken over het Zwolsche diep
‘• ..
als CCII (lC1' SCl’100]lSlZC Wï1lZCl`WCl‘l{(3l1 Vill] OHZC11 tijd
lf- genoemd, welker fundering meerendeels uit kraggen
li bestaat. (*)
’ Men heeft ook niet vergeten te vermelden, dat
gt door het gebruik van die drijvende strooken land,
, ZCCP VGC]. 3311 (d6 M33tSCl]3PI)lj is bCSP33.l`d, C11 VOOl`
lï . . .
;. d1e bespaarde gelden , eene voor de se/rappers
nuttige haven , die men niet vevjeligt was te
_ ma/een, in volle zee is claargestelcl, terwijl den daar-
steller voor de deugdzaamheid der werken, door
i‘ .. . .
de Maatschappij groote lof 1S toegezwaaid. (**)
_-
groot gevaar om in den grond te geraken, over de kribhen zijn ge=
stooten, terwijl het zeeschip daarna op strand is geraakt, nadat
vooraf twee man van hetzelve tusschen de kribben waren ver-
dronken,
l (*) Volgens hetgeen in het werkje: Het Zwolsche diep en
deszelfs verbeterd vaarwater, van kraggen staat vermeld, zijn
jg dezelve beweegbare strooken land, die losgescheurd en drijvende
zijn , en meestal in de Veendergjen zyn te vinden.
g Daar nu die kraggen, zeer spongieus zijnde, zooals ieder kan
begrijpen, door daarop eene zwaarte te brengen, zeer gemakkelijk in
dj elkander en naar beneden worden gedrukt, zoo is het zeker hieraan
ook alleen toe te schrijven, dat men reeds sedert lang, bij iets meer
t dan dagelijkseh water, van die lcrrfbben niets meer kan zien,
, hetgeen door deskundigen in der tijd ook wel is voorspeld.
(**) Wanneer men over de vlakte van het Zwolsche diep spre-
E kende, die noemt een vïnham van de Zuiderzee, en men later de
plaats, waar Kraggenburg is, de volle zee noemt, dan is zulks
j nog al eenigzins verschillend; denkt men nu hierbij, dat de ge-
l middelde waterstand op 13/; el kan worden gerekend, en er volgens
i mededeeling kraggen van ll/2 el dikte voorkomen, en daar dezelve
zijn gelegd, alwaar de stroom weinig beteekenend is, dan zal men,