HomeBeschouwingen over het eiland Schokland naar aanleiding van eene voorgestelde inkorting, met een naschrift aangaande de nog nietPagina 44

JPEG (Deze pagina), 578.08 KB

TIFF (Deze pagina), 6.12 MB

PDF (Volledig document), 32.94 MB

1
A`

Men verkondigde ook , dat de goede uitkomst
der werken de verwachtingi had 0VC1`U.‘OllIC1].
Men heeft in de brochure tevens verklaard , dat
dc werken van het Zwolsche diep voltooid wa-
ren.
zocht het vaarwater over het Zwolsche diep, voor rekening van
het Rijk, te doen verbeteren.
, Wanneer men nu hierbij weet, dat die schippers zeer zwaar
gebouwde schepen hadden , ledig zijnde van meerderen diepgang dan
de meeste beladene turfpramen , welke beurtschepen sedert de invoe-
ring der stoombooten uit de vaart zijn geraakt, en de vele andere
schippers in Overijssel en Drenthe, eenige honderden beloopende ,
van dat ingediende request niets hebben geweten , dan laat ik het
gerust ter beoordeeling aan onpartijdigen over, welke waarde aan
dat request moet worden gehecht.
Ten einde de verkregene verdieping te bewijzen, heeft men
in eene brochure, uitgegeven in 1849 een staat geleverd van gedu-
rende Z].ChiCl`GCIIYOlgCXl(lC (18gCH WZ].3.TE;GIlOHlCHC WHbCr$tüHdCn ,
welke opgaven in eene door de schippers in 1849 uitgegevene bro-
lïl ohure zijn wederlegd , en waarin uit dezelfde opgaven van den schrijver
is aangetoond, dat die opgaven zoo verregaand onjuist zijn , dat het
voor de verdediging van hunne zaak veel gewenschter ware
j geweest, dat die niet door den druk openbaar waren gemaakt.
Indien er 'geene andere bewijzen bestonden, dat de Maat-
schappij niet aan hare verpligtingen heeft voldaan, en, ingevolge
de uitdrukkelijke bepalingen der concessie, geen tol zou mogen
hollen, zoo zou hetgeen dienaangaande door den Raad van Admi-
nistratie over die werken aan den Minister van Binnenlandsche Zaken
op 17 Januarij 1851 is berigt, hiervoor reeds meer dan voldoende
wezen.
_In dat berigt wordt (naar aanleiding, dat het toltarief eenigzints
{gi door den toenmaligen Minister is gewijzigd) gezegd :
»Dat de tijd gekomen is, dat men met volle zekerheid kan aanne-
men, dat de Maatschappij zal gesloopt worden en de werken door
haar moeten worden verlaten.
xl
l