HomeBeschouwingen over het eiland Schokland naar aanleiding van eene voorgestelde inkorting, met een naschrift aangaande de nog nietPagina 37

JPEG (Deze pagina), 601.19 KB

TIFF (Deze pagina), 6.12 MB

PDF (Volledig document), 32.94 MB

l ijjj ä
' au jj
`I
31
30
#2
{ H2
VEEN , THORBECKE , VAN HEIDEN REINESTEIN, BOSSCHA
j en HEEMSKERK vooral moeten worden genoemd. gj
i lj jj
i De l1eer VAN DER VEEN heeft zulks nog 111 het j
i ij .. ë
ij bijzonder getoond , door een voorstel aan de Kamer j
t·I tot beëindiging in te dienen; men vermeende wel,
dat dit op een ongeschikt oogenblik werd gedaan,
j en het vond bij de meerderheid der leden geen
bi`val doch het is alti`d zeer `ammer eeweest
.l 9 al b s j
dat Z.Ed door den on<>‘unsti¤en afloo van dit
e z> P K
voorstel, zoodanig schijnt te zijn ontmoedigd, dat, jj
voor zooverre ik weet, ZEd. geene latere pogingen,
j om de zaak te doen beëindigen, heeft beproefd.
j De heer THORBECKE evenwel, die vroeger ook
meermalen had getoond, met den toestand de1·
schipperij te zijn bewogen , C11Wl€11Cl€11lCll­l‘€g'Gll1Jg
bijzonder hinderde , toonde wel degelijk,zieh
ook hierin geheel gelijk te blijven, want op de11
2 Dec. 1859 werd de Minister door ZEd. in de
l • · •
vergadering der Tweede Kamer verzocht, >)I1lCil
alleen om in te lichten, maar eene uitkomst te
schenken in eene zaak, die sedert jaren hangt,
op eene wgjze, die ZEcZ. 0¢z6egrg)j9eZy`k is."
En verder merkte Z.Ed. aan , dat >>de eerste
El
-~
jj Ten bewijze hiervoor diene, dat tijdens Z.Ed, Minister was,
een toltarief werd vastgesteld, waardoor zeer velen van tol werden
vrijgesteld, en een onderzoek aan drie ingenieurs werd opgedragen ,
waarvan men had kunnc11 verwachten , dat, indien Z.Ed. inmiddels
niet als Minister was afgetreden, deze zaak reeds voor jaren zoude
jj zijn beëindigd geweest,
il
ii
ä
E E
‘ i
A 2
l "T
.
J
Av M? ik Y E