HomeBeschouwingen over het eiland Schokland naar aanleiding van eene voorgestelde inkorting, met een naschrift aangaande de nog nietPagina 28

JPEG (Deze pagina), 567.92 KB

TIFF (Deze pagina), 6.10 MB

PDF (Volledig document), 32.94 MB

Z!
omtrent het volgende op te geven, hetgeen ik eerst
_ voor kort ben ontwaar geworden:
Q Op 10 I"eóm.a7·g)` 1859 werd door den Commis-
saris des Konings in Overijssel aan de Kamer van
Koophandel en Fabrijken te Kampen, de vraag
- gedaan:
j >>Of` het noodzakelijk was, nadat het eiland
>>Sehokland door de bevolking zou zi_jn verlaten ,
>> de bavenwerken op de buurt Emmeloord voort-
>>durend in goeden staat van onderhoud te hou-
­ » den.
~ Hierop is den 1 Maart 1859 reeds geant-
woord:
>>l)at, na dienaangaande de meest mogelijke
»informatiën te hebben ingewonnen , de overtui-
» ging is verkregen, dat de instandhouding der
>>bedoelde havenwerken , hoofdzakelijk in het
Y »belang der zoogenaamde kleine schipperij alle-
>> zints wensehelijk is te achten , en wel op grond,
>> dat de .menigte turfpramen en andere kleine
»vaartuigen, die van en naar het Zwolsche diep
» varen, bij opkomend stormweder of ijsgang,
>>dikwi,jls geene genoegzaam veilige reede onder
>> Ens vinden , en dan aan een in de buur! van Em-
l >>meZoo¢‘d aanwezige, goed onderhouden haven,
» soms het be/zond van het sc/zip en van het leven
>>de2· sc/zelnelingen te dan/zen hebóen.>>
Dat ook aan de Kamer van Koophandel en Fa-
brijken te Zwolle, om dien tijd, dezelfde vraag is
gedaan, is wel te denken. Daar evenwel alleen van
1
l