HomeBeschouwingen over het eiland Schokland naar aanleiding van eene voorgestelde inkorting, met een naschrift aangaande de nog nietPagina 27

JPEG (Deze pagina), 607.80 KB

TIFF (Deze pagina), 6.10 MB

PDF (Volledig document), 32.94 MB

j ZO
.~a<:hipjzersbedrijF geene kennis heeft, noch ziele
l heeft laten inlichten door hen, die bij Schokland K
eenige achfereenvolgende jaren hebben verkeerd,.
en daarom Zlïds. advies wel als eenigzints OI1VO01'·
Q bereid gesteld moet worden beschouwd.
De Heer VAN DER LEE zegt, dat ook·de Inspecteur E
van het Loodswezen van hetzelfde gevoelen was; E
men zoude daaruit moeten afleiden, dat die heer
(hoe ervaren zeeman anders ook) de verschillende
zorgvolle toestanden bij Schokland, door veeljarige
ondervinding, niet heeft leeren kennen, waartoe ­
hij, naar mij is gezegd , ook niet in de gelegenheid ~
is geweest.
De beweringen van den Heer VAN DER LEE en
van den Inspecteur van het Loodsvvezen, zijn,
volgens H.Eds. zeggen, ook gegrond op de rapporten
van 1788: dit is al zeer ojnnerkelijk en bevreemdend
tevens, omdat in het tijdvak van 72_jaren zoo heel ,
veel in de bekende toestanden bij Schokland is
veranderd, hetgeen bijna ieder weet , die daar eenige
jaren heeft verkeerd.
De heer FIJNJE schijnt ten aanzien van de belan­·
gen der seheejnvaart alleen te zün afgegaan op het
advies van den Inspecteur van het Loodswezen;
het is zeer te bqjammeren, dat Z.Ed. hierover l
ook geene meerdere deskundigen heeft gehoord.
Z.Ed. zegt tevens, dat de mindere belangstelling,
die de Kamers van Koophandel hadden betoond,
om Emmeloord te behouden, Z.Ed. mede de in-
korting hadden doen voorstellen: het is noodig hier-
1
, ,_ l