HomeBeschouwingen over het eiland Schokland naar aanleiding van eene voorgestelde inkorting, met een naschrift aangaande de nog nietPagina 20

JPEG (Deze pagina), 575.05 KB

TIFF (Deze pagina), 6.09 MB

PDF (Volledig document), 32.94 MB

13
ii dat de verpligting tot onderhoud dier werken later
* aan het Rijk is overgegaan, en deze door de ontvolking
va11 het eiland alleen niet kan opgeheven worden.
>> Dat evenwel de steeds vermeerderende bezwaren ,
tot onderhoud der paalregels langs de Oostzijde ,
en de mindere belangstelling, welke door de Kamers
van Koophandel, die daarop gehoord zijn , aan den
dag werd gelegd , om de havenvan Emmeloord
te behouden, Z.Ed. hadden genoopt, om bij den
aanvang van 1860 deze belangrijke aangelegenheid
met den te Kampen gevestigden Ingenieur te he-
spreken.
>> Dat volgens Z.Ed. meening het Noordelijk ge-
deelte van het eiland benoorden Ens minder
noodzakelijk was, vermits aan de Zuidzijde VH11
Ens eene voldoende ligplaats of ree kon over­
‘ blijven.
»Dat Z.Ed. verklaart zich met het door den heer
VAN DER LEE beweerde te vereenigen , en zich ver·
blijdt, met de stukken van 1788 te zijn bekend
i geworden , met bljvoeging evenwel, dat hij betref`··
fende de scheepvaart is afgegaan op het advies van
den Inspecteur van het Loodswezen."
K 30. Twee gedrukte stukken van 1787 en 1788,
waaruit blijkt, dat het doen inspecteren van het
geheele eiland Schokland is voorgesteld door heeren
Gedeputeerden der stad Amsterdam op 5 Julij 1786,
· dat die inspectie was opgedragen aan vorengenoen1­­
de C. BRUNINGS en L. DE BEHGER, die op de
hun gedane vraag:
- Z