HomeDe invloed der scheikunde op de ontwikkeling der pharmacotherapiePagina 29

JPEG (Deze pagina), 953.36 KB

TIFF (Deze pagina), 8.28 MB

PDF (Volledig document), 27.16 MB

w
27 .
oorzaken. Zelfs kan men, hoeveel wij, in de laatste vijfentwintig
jaar, ook aan die richting van het pharmacologisch onderzoek l
verschuldigd zijn, niet volstaan met het nagaan van den invloed j
der stoffen op de afzonderlijke organen of levensfunotiën. Voor .
een verder strekkende kennis van de werking der geneesmiddelen
moet men afdalen tot, of juister beginnen met, de eenvoudigste {
morphologische elementen, met de cellen; m. a. w. ook de
pharmacologie moet eene cellulair­p/wrmaeologie worden. De l
pharmacoloog behoort nategaan, welke veranderingen hij door {
zijne middelen in de eigenschappen der lichaamsbestanddeelen 3
en in de functioneering der cellen, weefsels en organen kan te
voorschijn roepen, om dan den therapeut te laten beoordeelen,
of hij die veranderingen als hulpmiddelen bij de bestrijding van `
ziekten in toepassing kan brengen. X
Men kent reeds enkele feiten, die er op wijzen, dat de levens- _
verrichtingen in de cel door zeer geringe veranderingen, b.v. [
door de onttrekking van uiterst geringe hoeveelheden water of
zouten, door gedeeltelijke coagulatie of door verbinding van
sommige harer bestanddeelen (z.a. eiwit, amidozuren enz.) met
metaaloxyden of zuren, belangrük worden gewijzigd. Van den °
anderen kant bezitten wij ook eenige aanwijzingen, o. a. in de
uitkomsten der onderzoekingen van Bnvz, over den invloed van
sommige narcotiea op de hersen-cellen, in die van Rossrmcii
over de werking van alcaloiden op de organische substraten
van het dierlijk lichaam, in die van JUSTUS GAULE over het
verband tusschen de structuur van vergiften (der Lupetidine­
reeks) en de veranderingen van cellen, in de interessante waar- g
nemingen van EHRLICH, over het kleuropnemend vermogen van
de protoplasmakorreltjes in de leueocyten bij physiologischen en
pathologischen (leu/eaemie) toestand, enz., dat dergelijke wijzigin-
gen door den invloed van uiterst geringe hoeveelheden stof (ver-
giften of geneesmiddelen) kunnen worden veroorzakt. Wij weten,
dat sublimaat, phenol en ook vele alealoiden hevige protoplasma­
vergiften zijn, dat stryohnine en kinine de afgifte van zuurstof
in het bloed en de weefsels belemmeren en zoodoende de oxydatie
verminderen, dat zij fermentatie en splitsing kunnen storen of
opheffen enz. Dergelijke wijzigingen of storingen in het moleculair
evenwicht der cellen, die ten slotte de aanleiding eener abnor-
, t