HomeDe invloed der scheikunde op de ontwikkeling der pharmacotherapiePagina 27

JPEG (Deze pagina), 926.86 KB

TIFF (Deze pagina), 8.34 MB

PDF (Volledig document), 27.16 MB

t
25 ?
secundaire, de met/zylcouiiue een tertiaire basis is, en dat het i
feit, dat de laatstbedoelde basis in dat opzicht minder krachtig H
werkt dan de eerste, de stelling niet weerlegt, dat de verlam- j
mende werking, in het algemeen, samengaat met den ammoni­ j
um­bouwl Waar reeds ettelijke voorbeelden voor dezen regel l
spreken, kan m. i. zelfs een goed vastgestelde uitzondering j
_ onder de ummoutum-verbindingen dien regel niet direct omver-
werpen, daar toch ook de mogelijkheid bestaat, dat door *
~ bepaalde samenstelling en bouw van enkele atoom­groepen, j
die als zijketenen in de ammonium-verbinding voorkomen, zelfs
aan een quaternaire basis de curare­achtige werking kan ontbreken.
j De voorafgaande voorbeelden kunnen echter nimmer als
zuivere bewijzen voor den samenhang van structuur en werking
gelden, omdat de overgang van eene tertiaire in eene quater-
naire basis ook gepaard gaat met wijzigingen in de sumcuslvlliug .
‘ van de molecule. Daarom willen wij hier als, beter voor- j
beeld voor het verband tusschen bouw en werking, nog op het
oxybeuzoïwur, in zijne drie isomere toestanden, wijzen. Met het
salicylzuur (ortho-oxybenzoëzuur), dat wij reeds als antisepticum {
en antirheumaticum hebben vermeld, komen twee andere zuren i
j (meta- en para­oxybenzo£‘zuur) in samenstelling, d. i. in hot
H _ aantal en de soort der atomen, die de moleculen vormen,
volkomen overeen. Het eenige waardoor, de moleculen dier ·
` H twee stoffen van die van het salicylzuur verschillen, is de wijze,
waarop de atoom­groepen in die moleculen naast elkaar gelegen l
zijn. Het bouwmateriaal is in alle drie zuur-moleculen volkomen
gelijk, alleen de rangschikking, de wijze van aaneenvoeging der ,
’ afzonderlijke deeltjes, is eenigszins verschillend, en het blijkt j
Q derhalve, dat er in die oxyzuren een bepaalde bouw, eene z.g. ii
ortho­stelling wordt vereischt, om aan de verbinding het anti-
septisch en antirheumatisch vermogen te verleenen. Nog vele
andere stoffen zouden wij, indien ons meer tijd en ruimte ter
beschikking stonden, kunnen aanvoeren als sprekende voorbeelden
van het bedoelde verband tusschen moleculaire structuur en
physiologische werking. Wij zouden kunnen wijzen op het merk-
waardig verschil tusschen gewoueu en rootleu phosphorus, op het
verschil in werking van de isomere cyauideu en curbylumiucu, van
de al/cyl-mltrietcu en nitro-uet/zaueu. Wij zouden kunnen wijzen op