HomeDe invloed der scheikunde op de ontwikkeling der pharmacotherapiePagina 26

JPEG (Deze pagina), 945.89 KB

TIFF (Deze pagina), 8.34 MB

PDF (Volledig document), 27.16 MB

l
l lx'
{ i 24
den bouw der geneesmiddel-moleculen en hare physiologische
werking, d. i. hare reactie op de weefsel- of cel-moleculen,
bestaat. Dit onderzoek, dat ons misschien eenmaal de genees-
krachtige werking zal leeren kennen als eene functie van de
nl samenstelling, den bouw en de energie der geneesmiddel-mole-
culen, en dat ons dan ook in staat zou stellen, om omgekeerd uit
den goed vastgestelden bouw van nieuw bereide stoffen den aard _
harer therapeutische werking te voorspellen, verkeert nog in
het eerste tijdperk van zijn kindsheid, en gering is nog het aantal ~
A feiten, waarop het geloof aan een dergelijken ontwikkelingswe-
· stand der pharmacotherapie berust.
D Als voorbeeld, dat voor het bestaan van een verband tusschen ,
à structuur en werking der stof bewijzend is, voert men gewoonlijk
, aan, dat een zeer groot aantal afgeleide ammonium­verbindingen Q
` § overeenstemt in de eigenschap om de peripherische uiteinden
l der bewegingszenuwen te verlammen, m a. w. eene curare-achtige ‘
werking te oefenen. Door de onderzoekingen van Bnowiv en
Fimsnn, van Joiivnr en Ciinouns, van LAUDER Briuivroiv en
IB Cksn is inderdaad aangetoond, dat de afgeleide ammoniaken
j * (tertiaire bases) met geheel andere werking in verlammende,
l i curare­achtig werkende stoffen veranderen, zoodra door eene kleine j
_l wijziging in de samenstelling ook eene wijziging in den bouw D _
. V wordt veroorzaakt en zij in ammonium-bases (quaternaire bases)
, overgaan. ` D
l I De uiterst vergiftige strychnine, die tot de tertiaire bases
l l behoort en hevig kramp- (tetanus-)verwekkend werkt, tengevolge
li _ van haren invloed op de reflex-centra van het ruggemerg, verliest
{ _ die eigenschap en verandert in een zenuwverlammend vergift ’
l zoodra men haar door toevoeging van methyl of aethyl in eene Q
i ammonium­basis omzet. Behalve bij strychnine heeft men die
i merkwaardige verandering ook bij tal van andere alcaloïden
l aangetoond, zoodat er wel eenig recht bestaat voor de bewering,
Q i dat de bouw volgens den typus van het ammonium de stoffen
voorbeschikt tot zenuwverlammende werking. Ten onrechte
heeft men, als eene uitzondering op dien regel, gewezen op het
il feit, dat de reeds curare-achtig werkende cmiinc bij omzetting
p · in methylconiine een geringer verlammend vermogen verkrijgt.
l Men heeft daarbij uit het oog verloren, dat de comme een
z
il
. `~­-
J A ­