HomeDe invloed der scheikunde op de ontwikkeling der pharmacotherapiePagina 24

JPEG (Deze pagina), 952.51 KB

TIFF (Deze pagina), 8.30 MB

PDF (Volledig document), 27.16 MB

(
E 22
van den Berlijnschen hoogleeraar OscAn LIEBREICH, in het jaar
1869, werd de hypnotische werking dezer stof ontdekt, die nu,
met honderden kilogrammen tegelijk, voor geneeskundig doel
wordt bereid.
Een rijken oogst van belangrijke geneesmiddelen danken wij
l aan het scheikundig onderzoek van het teer. Het was reeds lang
bekend, dat de rook een bederfwerend vermogen bezit, dat
vleesch en andere stoffen door berooking verduurzaarnd kunnen i
worden. Een nader onderzoek van het houtteer toonde aan, dat ·g
dit bederfwerend vermogen voor een groot gedeelte aan het in
het teer en ook in den rook voorkomende creosoot toekomt. De
vraag lag nu voor de hand, of eene dergelijke, bederfwerende j
stof ook in aanmerking kon komen bij de behandeling van L
* septisehe ziekte-processen. Het onderzoek aan het ziekbed heeft l
‘ er toe geleid om, 0. a. het creosoot of wel het daaruit afgezon- j
derde guajacol als geneesmiddel bij phthisis in gebruik te nemen
g g En veel belangrijker nog waren de uitkomsten der onderzoe-
kingen van het steenkolenteer, een bijprodukt der gasberei­
. ding, dat eenige tientallen van jaren geleden nog een waardelooze .
ballast voor den gasfabrikant was, doch thans een stof is van j
` zoo groote waarde, dat alleen uit de opbrengst daarvan de kosten
der gasbereiding voor het grootste gedeelte worden gedekt. Aan
het scheikundig onderzoek van die zwarte vloeistof danken wij p
niet alleen een belangrijken vooruitgang der theoretische schei- ~ i
i kunde en eene industrie, die jaarlijks rnillioenen afwerpt, maar
, ook talrijke hoogst gewichtige geneesmiddelen. E
, Wij behoeven slechts te herinneren aan het algemeen bekende
E phenol of carbolzuur en meer bijzonder aan de toepassing, welke j
van dat middel gemaakt is door den beroemden hoogleeraar Sir j
; Josnrn Lisrnn. Want al worden behalve het gebruik van het
bederfwerend carbolzuur ook nog andere voorzorgen bij eene anti- li
j septische wondbehandeling vereischt, en al is het phenol met meer .
· of minder goed gevolg door thymol, jodoform, jodol, sublimaat,
,., zink­kvvikcyanide enz. te vervangen, zoo blijft toch de kennis van ·
t' de eigenschappen en werking van het carbolzuur de hoofdaan­ ,
leiding tot de antiseptische behandeling, waaraan reeds zoovele
duizenden het leven en de gezondheid verschuldigd zijn.
, Uit de in het teer aanwezige bestanddeelen zijn verder, door j
l
M . j
Vl
. E
F l