HomeDe invloed der scheikunde op de ontwikkeling der pharmacotherapiePagina 23

JPEG (Deze pagina), 932.55 KB

TIFF (Deze pagina), 8.29 MB

PDF (Volledig document), 27.16 MB

r
21
i door een tweede plantenbasis, de Jrtborine wordt vergezeld, die
eene juist tegengestelde werking uitoefent en derhalve den gun-
stigen invloed van de pilocarpine in het plantenaftreksel moest
verzwakken of opheffen.
De beroemde onderzoekingen van CI-IEVIIEUIL, van den man
van wien de geschiedenis nog belangrijker feiten heeft kunnen
boeken dan dat hij de >>doyen des étudiants" was en in
1886 zijn honderdsten verjaardag vierde, bewezen reeds in het
g· begin dezer eeuw, dat alle vetten, onverschillig van welke
l afkomst, ongeveer van gelijke samenstelling zijn. Daaruit volgde
‘ dan ook, dat het geloof aan eene specifieke geneeskracht van
menschenvet, paarden-, katten-, heeren- en ganzenvet, weldra
afnam, en deze stoffen uit den artsenijschat verdwenen. Het
volk, dat de overlevering somtijds bijzonder lang in eere houdt en
dan ook nog afentoe kattenvet of ganzenvet van den apotheker
verlangt, bevindt er zich inderdaad niet slechter bij wanneer het
met een weinig gewone reuzel wordt te vrede gesteld.
De nieuwere scheikunde bepaalde zich evenwel niet alleen tot
de afscheiding van reeds aanwezige werkzame bestanddeelen en
het onderzoek van reeds bekende geneesmiddelen, maar zij
verrijkte onzen geneesmiddelenvoorraad ook met talrijke nieuwe,
ktmstmatig bereide stoffen. Nadat WCIILER in 1828, voor het
eerst een organisch lichaam uit anorganische Ioestanddeelen had
A gemaakt, nam het onderzoek ook in die richting belangrijk toe,
en ontzaglijk groot is reeds het aantal stoffen, die er sedert
" dien tijd door middel van substitutie, additie en synthese werden
verkregen.
Aanvankelijk werden die stoffen meestal met een ander doel dan
_ voor de geneeskunde bereid, doch gaandeweg, en vooral in de laatste
vijf en twintig jaar, heeft het inmiddels verbeterd pharmacologisch
onderzoek aangetoond, dat er onder die nieuwe lichamen talrijke
onschatbare geneesmiddelen voorkomen. Zoo is bijv. het in 1831
gelijktijdig door SOUBEIRAN en door LIEBIG ontdekte ehlore/orme
eerst sedert 1847, nadat de Edinburger hoogleeraar SIMPSON zijn
anaesthetische werking had aangetoond, een der zegenrijkste mid-
delen van onzen artsenijschat geworden. LIEBIG verkreeg reeds
in 1832, toen hij de werking van chloorgas op alcohol bestu-
deerde, het z.g. ehloralhydraat doch eerst door de onderzoekingen