HomeDe invloed der scheikunde op de ontwikkeling der pharmacotherapiePagina 21

JPEG (Deze pagina), 902.79 KB

TIFF (Deze pagina), 8.31 MB

PDF (Volledig document), 27.16 MB

t l
19 ‘
«
En ook in de pathologie, die ­ zooals Srokvïs het in zijne
redevoering te Berlijn zoo juist uitdrukte ~ »im Sturm und
l Drang der Sorge um die leidende Menschheit immer der Physi-
ologie voraneilt, um spêiter durch die junge, schonere Scliwester l
y überholt zu werden," zou die richting van onderzoek met goed
y gevolg toegepast worden.
Q Want daar ziekteverschijnselen niets anders zijn dan abnor-
r maal gewijzigde levensverschijnselen, lag het voor de hand, dat
men nu ook bij het onderzoek naar het wezen der ziekten met
de cel moest aanvangen. Vincnow ontwikkelde dan ook de leer
van de ziekelijke veranderingen van het anatomisch »elementair­
orgaan", zijne z.g. >>cellulair­pathologie", die aan den beroemden en
jj gevierden voorzitter van het jongste Internationaal Geneeskundig
2 Congres een onsterfelijken naam heeft bezorgd. V
Terwijl zich de physiologie en pathologie, de twee takken van
y wetenschap, die met de chemie de grondslagen eener goede
« pharmacotherapie vormen, vooral ook onder den invloed der
groote ontdekkingen van Roeianr MAYE12 en CHAnLEs DARWIN,
van PAsrEun en Koen, van Bnmenn en anderen, geleidelijk
ontwikkel.den tot het standpunt, dat zij thans hebben ingenomen, j
was ook de scheikunde niet blijven stilstaan.
Het werk, door LAVOISIER begonnen, werd o. a. in Frankrijk
voortgezet door GAY-Lussac (1778-1850) en Triiëimnn (1777-
*1857), in Engeland door HUMPI-IRY Dixvv (1778-4829) en
FARADAY (1791-1867), in Duitschland door l[l'l`HCHERLIC.II
(1794-#1863), Srnoivmvnn (1778-1835) en Rosie (/1705-4864),
in Zweden door den beroemden Bnnzmitvs (1779~’1848).
Zij ontdekten verschillende nieuwe wetten, volgens welke de
scheikundige verbindingen en ontledingen plaats grijpen, zij
spoorden het verband tusschen galvanisme en chemische werking
op, ontwikkelden de scheikundige analyse en verrijkten de
wetenschap met talrijke nieuwe ontdekkingen. En na die
genoemde corypheeën traden er wederom andere op, wier namen
steeds met eere zullen worden genoemd in de ontwikkelings-
geschiedenis der scheikunde, en waarvan wij, als aan de meest
beroemden, hier slechts kunnen herinneren aan BERTIIELOT, J
CHEVREUIL, DUMAs en Wunrz in het vaderland van LAVOISIER,
aan Lnanic, WöHLEn, Komen, KEKULE en HorMANN in Duitsch-
2*