HomeDe invloed der scheikunde op de ontwikkeling der pharmacotherapiePagina 20

JPEG (Deze pagina), 931.98 KB

TIFF (Deze pagina), 8.31 MB

PDF (Volledig document), 27.16 MB

“ l.
is Q
Q.
men a.an het werk om de natuur met balans en maat, met
ontleedmes en microscoop te ondervragen, ten einde de ver- Q
schijnselen zooveel mogelijk in getal, gewicht en maat te kunnen 1
uitdrukken. BICHAT (1771-1802) legde in zijn beroemd werk:
»Anatomie générale, appliquee a la pliysiologie et zi la módecine", i
de grondslagen voor de tegenwoordige histologie en bewees ook, [
dat ieder elementair weefsel de drager is van eene elementaire
functie. Daardoor is BICHAT, niettegenstaande ook hij reeds op i
den jeugdigen leeftijd van 31 jaren overleed, niet alleen de her-
vormer op het gebied der ontleedkunde, maar tevens de stichter
van de nieuwere physiologie geworden.
Doch nogmaals scheen de zucht tot wijsgeerige beschouwingen
het te zullen winnen in den strijd tusschen bespiegeling en experi- ,,
menteel onderzoek van het leven. Na de ontdekkingen van LAVOISIER g
en BICHAT volgden een twintigtal jaren, waarin men zich vooral
vermeidde in natuur­philosophische beschouwingen. Maar daarna `
stonden er mannen op als MAGENDIE (1783-1855), Joris. Mui.-
1 LER (1801-1858), cEUvELi11En(17Q1­1873), Ro1<irANs1<v(1804-
1875), SKODA (1805-1881) en zoovele anderen, die op het gebied
der physiologie en pathologie de realistische richting weer deden
zegevieren over de onvruchtbare fantasieën de1· natuur-philosophen.
Na MAGENME stonden in Frankrijk CLAUDE BERNARD en PAUL
BERT op, na Joi-IS. Mü1.LEn, in Duitschland, de lange reeks van
beroemde pliysiologen tot op onzen tijd. SCHWANN toonde aan, ty,
1 dat alle weefsels uit cellen bestaan, en gaf daardoor eene belang-
rijke uitbreiding aan het histologisch onderzoek van BICHAT. Nadat
het eenmaal bewezen was, dat de cel het anatomisch elementair-
orgaan, de anatomische eenheid is, en dat het levend organisme
de som van al die levende eenheden vormt, werd vanzelf door
de inductieve methode aangewezen, dat men dan moest beginnen
j met het onderzoek naar de levensverrichtingen van de cel. Had
B1cHAT’s anatomisch onderzoek tot den vooruitgang der physio-
logie medegewerkt door het onderzoek naar de levensfunctiën tot
g de weefsel.s uit te strekken, de uitkomst van ScHWANN`s histo-
logischen arbeid voerde thans tot eene z.g. »cellulair-physiologief’
Aan de cel zou men ten slotte het leven, d. i. de som der normale
levensverschijnselen z.a. groei, beweging, prikkelbaarheid enz.,
jl moeten bestudeeren.
è
i