HomeDe invloed der scheikunde op de ontwikkeling der pharmacotherapiePagina 19

JPEG (Deze pagina), 898.66 KB

TIFF (Deze pagina), 8.34 MB

PDF (Volledig document), 27.16 MB

l
i ` 17 .
l . des drogues que l’on ne connaït pas, dans un corps que l’on r
i connait encore moins/’
i Maar op het einde der achttiende eeuw brak andermaal het i
begin van eene nieuwe aera voor de natiiurwetenschappen aan.
Het zij mij vergund ook den ontwikkelingsgang in de eeuw, die j
sedert verloopen is, nog kort te schetsen. Als wij de uitkomsten
,‘ ` dier laatste 100 jaar dan met die van alle vroegere eeuwen r
vergelijken, zal het blijken, dat wij inderdaad belangrijk vooruit-
Q gegaan zijn en dat de lijdende menschheid aan de nieuwere
studierichting, aan de wetenschappelijke omwenteling en bare
`jf gevolgen, waarvan het begin met dat der groote Fransche r
j Revolutie samenviel, ontzaglijk veel te danken heeft. «
Door de onderzoekingen van BERGMANN (1735-1784) en
SCHEELE (1742-1786) in Zweden en van CAv1«:Nn1sn1731-1810) ·
en Pninsrmsv (1733-1804) in Engeland waren reeds belang-
? rijke leemten en onjuistheden in de leer van STAH1, aangetoond,
i toen de geniale fransche geleerde, de beroemde scheikundige en
oud-pachter LAVOISIER (1743-1794), die in 1794 als een slacht-
· offer van het schrikbewind gevallen is, zijne nieuwe theorieën
bekend maakte. Ofschoon l,Avo1s112n op 51jarigen leeftijd, door
jg] het brutaal geweld der Revolutie, midden uit zijn werk werd i
, weggerukt, en niettegenstaande hem zelfs het verzoek om 14 dagen
i uitstel tot voltooiing van eenige onderzoekingen werd geweigerd
met de zoo treurig vermaard geworden woorden van Corrmnktr
i. »La republique n’a pas besoin de savants", had hij toch reeds den
, beslissenden slag aan de leer van het phlogiston toegebracht en
j kon hij voor immer als hervormer der scheikunde gelden.
,2 Nu eerst werd het mogelijk, met toepassing van de door LA- ”
ä voisinn gegrondveste quantitatieve analyse, de samenstelling en
eigenschappen der geneesmiddelen te bestudeeren en ook het
ll ohemisme van de physiologische en pathologische levensverrich-
tingen na te gaan, om ten slotte uit die kennis gevolgen te trekken
Q voor eene rationeele ziektebehandeling en voor eene wetenschap-
pelijke pharmacotherapie.
jl Wat tot aan het einde der achttiende eeuw aan bruikbare
uitkomsten was verkregen, was de vrucht van een vrij stelsellooze j
i proefneming. Maar van nu af aan sloeg men, met vernieuwden l
g ijver, den reeds door BovLE aangewezen weg in. Allerwege toog
2