HomeDe invloed der scheikunde op de ontwikkeling der pharmacotherapiePagina 16

JPEG (Deze pagina), 948.62 KB

TIFF (Deze pagina), 8.28 MB

PDF (Volledig document), 27.16 MB

,.«w=·’ en- "
l
, 14 t
aarde en de andere planeten wentelen. LUTHER (1483-1546) ‘ i
treedt als reformator op. Annnms VESALIUS (1514-1564) rooft 1
lijken om den bouw van het menschelijk lichaam te bestudeeren,
en wordt de grondlegger van de wetenschappelijke ontleedkunde. j
De zonderlinge, doch geniale Pniurrus AUREOLUS THEOPHRASTUS r
l3oMBAsrus PAnAcELsus voiv Hoi-innnnin (1493-1541) verschijnt 1
als hervormer op het gebied der geneeskunde en brengt aan de ,l
reeds wankelende leer van GALENUS een geduchten stoot toe. t
PAnAcnLsUs beschouwde de ziekten als abnormale scheikundige ,;
verhoudingen in het organisme, als gisting, opbruising, aciditeit
en alcaliniteit. Hij trachtte door middel van talrijke nieuw · 'ïï
1 ontdekte middelen (arcana) dat gestoorde evenwicht weer te
herstellen. Zijn therapie berustte wel ten deele op de reeds ver- .
kregen kennis der scheikunde, doch zijne denkbeelden waren
§ in vele opzichten nog zeer zonderling en verward. ­
l In afwijking van GALENUS nam hij drie elementen: zout,
zwavel en kwikzilver aan. Uit die elementen zou ook het lichaam
1 van den mensch, den microcosmos, samengesteld zijn, waarin
hij dan verder nog een werkzaam en levenbrengend beginsel,
4 >>archaeus" aannam. Deze archaeus was volgens de voorstelling
van PARACELSUS de inwendige alchemist, die zijn zetel in de
maag had en aldaar van het genoten voedsel het goede en bruik-
j bare (de essevçce) van het onzuivere en schadelijke (den tcmfaros)
afzonderde, dat dan uit het lichaam moest worden verwijderd. ·¥
* Werkte de archaeus goed dan was het lichaam gezond, doch bij
j geheele of gedeeltelijke werkstaking van den inwendigen alche-
. mist ontstonden ziekten.
Door de beide Nederlanders VAN Hntnoivr (1577-1644) en 1~
Svnvius (1614-1672) werd deze leer van PAnAcELsus gewijzigd
en uitgebreid. SYLVIUS, die als de grondvester van het z.g. che-
miatrisch systeem wordt beschouwd, nam aan dat de hoofdoorzaak
van alle veranderingen in het levend organisme in scheikundige
z werking, meer bepaaldelijk in gisting, bestaat. De bij die gisting
1 optredende opbruising, het gevolg van de werking van zuren op
alcaliën, maar ook de in onverzadigden toestand aanwezige zuren á
of alcaliën zelven zijn, volgens SYLVIUS, de oorzaken van ziekten.
; Zoo zouden koorts en eenige andere ongesteldheden op een groote
1 overmaat van zuren berusten, terwijl de pest en vele andere

l