HomeDe invloed der scheikunde op de ontwikkeling der pharmacotherapiePagina 14

JPEG (Deze pagina), 864.26 KB

TIFF (Deze pagina), 8.26 MB

PDF (Volledig document), 27.16 MB

12 ,
den naam »elandsklanw", voor een probaat middel tegen stuipen,
· omdat, zooals men beweerde, de eland, gedurende een aanval
van stuipen, zijn linkerpoot in den nek legt.
De C/zehldomum mctjus, een plant, die bij ons bekend is onder i
den naam >>gouwe" en zich onderscheidt door de bijzonderheid.,
dat or, na verwonding, een goudgeel sap uit hare stengels
ot` bladeren vloeit, werd als een geschenk van den hemel (watt ­,
dommv) en als een uitstekend geneesmiddel tegen geelzucht
beschouwd. ·
Rrmzm«:u.Z·us Ficaria en Scrop/zularia noilosa, twee plantjes , die 4
knolvorniig verdikte worteltjes hebben, werden daarom de i
aangewezen geneesmiddelen tegen haemorrhoiden. Pulmonaria
0//icimzlis, het zg. longkruid, was langen tijd een gewaardeerd
middel tegen longziekte, omdat de blaren, door hun gevlekt
5 voorkomen, ecnigszins aan een long herinneren. En de thans
nog met den naam: >>Oogentroost" aangeduide plant: Euphrasitt
a 0//icinalis, beschouwde men als een voortrellelijk geneesmiddel
,, tegen oogziekten, omdat er op de bloemblaren dier plant zwarte
§ vlekken voorkomen, die eenigszins aan oogen herinneren.
Tot de zonderlingste van de op die wijze uitgekozen genees-
middelen behoorde ongetwijfeld de wonderbaarlijke Alruin- of
Mandragora-wortel, waarvan S11AK]§SI‘EAPiE gewag maakt in zijn
Romeo en Julia, zijn Cleopatra, Macbeth en Othello, en waarop
j Gonrt-in doelt, als hij zegt:
>>Der eine faselt von Alraunen,
Der andre von dem Schwarzen Hund."
Deze zwarte, knolvormige wortel van de in Klein­Aziiê, Turkije
en Griekenland groeiende Mandragora, vertoont aan zijn bovenste
gedeelte, niet zelden, eene halsvormige vernauwing, waardoor
hij als het ware in lichaam en kop wordt gescheiden, op
welk laatstbedoeld gedeelte dan meestal nog eenige haarvormige
stengelvezeltjes zichtbaar zijn. Het bovenste gedeelte van het
zoogenaainde lichaam zendt bovendien veelal twee, op armen
gelijkende, takken uit, terwijl ook het onderste gedeelte van =·»
den wortel zich niet zelden in tweeën splitst.
Met een weinig verbeelding zag men in dergelijke wortels ge-
ïg makkelijk een z.g. Alruinmannetje, den halfmensch (hemi homo)
I
s.
E