HomeDe lijkverbrandingPagina 36

JPEG (Deze pagina), 734.12 KB

TIFF (Deze pagina), 6.46 MB

PDF (Volledig document), 30.37 MB

il? ë
ïi
Q.
ir
- 34 ­
j zijn om een verbrand, d. i. een ontleed en in andere che-
mische verbindingen omgezet lijk in een andere wereld
iii weer op te bouwen? Zijn de engelen stoffelijk en met
dezelfde menschelijke gedaante bekleed als waarin zij hier
op aarde rondwandelden? Indien het geloof voor rede .
vatbaar ware, zouden wij kunnen wijzen op de Christe-
Q lijke martelaars die, verbrand of door wilde dieren ver-
Q slonden, toch later voor een groot gedeelte tot heiligen
verklaard zijn en dus zeker niet hun onsterfelijkheid
ï‘ hebben ingeboet. Wij willen niet ontkennen, dat voor- "
alsnog misschien aan het onsterfelijkheidsgeloof bij de
l§ groote menigte door crematie eenigszins afbreuk gedaan_
zou worden, maar op den duur zal die menigte toch niet ;
onkundig kunnen blijven van hetgeen er met het lijk nu
jl voorvalt en met het feit, dat ook nu de vorm geenszins
E, bewaard blijft, maar dat evenzóó, zij het ook langzamer, I,
het lijk tot stof vergaat. En daarbij toonen de Buddhisten I
en de aanhangers van vele andere godsdiensten, dat met `
{ crematie geenszins het geloof aan het voortbestaan der ‘ g
il- ziel behoeft te vervallen. ` i
ij Het is dan ook opmerkelijk en alleszins begrijpelijk,
dat de stichter van het Christendom zich nimmer om
L een dergelijke reden tegen de lijkverbranding heeft uit- I
i gelaten en over deze zaak evenmin als bijv. over de
_ doodstraf ooit een beslist oordeel heeft uitgesproken. Laten
i wij om deze bewering te staven, liever het woord aan I
. een godgeleerde, dr. H. M. C. van Oosterzee. In een i
opstel in de Stemmen voor Waarheid en Vrede van 1874
‘ zegt deze het volgende: ,,Hieruit volgt, dat het onderwijs
van den Heer en zijne apostelen wel het doodenbegraven
H onderstelt, omdat het daar en destijds in gebruik was;
maar dat overigens uit dat onderwijs niets is af te leiden
. aangaande hetgeen men eene Christelijke behandeling der j
` l