HomeDe vrije uitoefening der geneeskunst of het artsenmonopolie?Pagina 53

JPEG (Deze pagina), 870.25 KB

TIFF (Deze pagina), 8.12 MB

PDF (Volledig document), 46.13 MB

47
tiseeren, de eerste rubriek bevatte achtervolgens 32 en 35, de
tweede telkens één naam.
_ In de adresboeken van Rotterdam van 1911 tot 1912 en van
1912 tot 1913 komen eveneens rubrieken voor van hen, die
massage uitoefenen en van hen, die menschen ter genezing
magnetiseeren, de eerste rubriek bevatte telkens 22 en de
tweede telkens 2 namen,
In het adresboek van ’s­Gravenhage van 191 1 tot 1912 kwamen
deze rubrieken niet voor en in dat van 1912 tot 1913 een
rubriek massage met 4 namen.
_ Hoe weinig volledig zulke lijsten worden gehouden, blijkt
daaruit, dat in de alphabetische lijst der adressen van de inwoners
van ’s­Gravenl1age meer den 30 masseurs en masseuses en een ‘
tiental magn etiseurs hun beroep kenbaar maakten, terwijl ontegen-
zeggelijk en nawijsbaar het getal veel grooter is.
Zoo wordt de wet op de uitoefening van de geneeskunst in
ons land dagelijks door velen overtreden, soms met een grooten
toevloed van zieken van allerlei rang en stand, wat de massage
·‘ " betreft zelfs meermalen op aanbeveling van artsen.
En de vervolging van deze overtreders blijft in den regel
achterwege. VVanneer er een klacht komt, wordt echter eenzijdig
en nietaltijd even oordeelkundig ingegrepen en heeft eene ver-
‘ volging plaats. Zoo werd 1911/1912 een magnetiseur vervolgd
nadat, zooverre na te gaan, de vervolging wegens dit soort
3 overtredingen gedurende een 2o tal jaren achterwege was gebleven.
Hij werd vervolgd wegens 8 overtredingen en het openbaar
Ministerie vroeg 8 geldboeten van fIOO ieder, eene poging om
een enkelen overtreder op klachte van de artsen van zekeren
stad zijn beroep onmogelijk te maken, zonder dat er bleek van
eenige schade aan een of anderen zieke toegebracht en integen-
_ deel, terwijl de getuigen, die hij behandelde, ten zijnen gunste
q, getuigden. En wat zou men bevinden, als men eens onderzocht
l of de straf had ten gevolge gehad, dat «de kwakzalverij» was
gefnuikt. Het bloed der martelaren is het zaad van het geloof,
sterkere reclame dan deze ware moeilijk te vinden. Want er
ligt voor velen iets, dat hen tot verzet prikkelt, in, dat personen
vervolgd en veroordeeld worden, die niemand schade deden,