HomeDe vrije uitoefening der geneeskunst of het artsenmonopolie?Pagina 50

JPEG (Deze pagina), 782.08 KB

TIFF (Deze pagina), 8.10 MB

PDF (Volledig document), 46.13 MB

ll- E
44
· ‘ i
l De voorstanders van het monopolie wijzen er nog op, dat f
soms do6r· bij anderen hulp te zoeken nuttige en noodige operaties j
Y ' n niet tijdig kunnen worden verricht, maar het komt mij voor
_ dat, daargelaten of alle te verrichten operaties nuttig ofnoodig
waren, dit afhankelijk is van den wil van de patienten zelf en W
ïg en het kan toch ook nog wel eenig bezwaar ontmoeten, als de V
Staat uitgaat van het beginsel, dat men daarom zieken moet
l dwingen zich te laten opereeren, door andere behandeling voor
hen onmogelijk te maken. De vaderlijke zorg kan ook te ver
worden uitgestrekt en ontaarden in af keuringswaardige vrijheids­
belemmering en dwang.
In het algemeen zijn er trouwens in de strafwet reeds slag- 3
boomen, die verhinderen dat door kwakzalvers te veel schade
I ` wordt toegebracht. Daar zijn de bepalingen omtrent bedrog en
i alleszins aan te bevelen is een straf bepaling als in Engeland en _`
Duitschland bestaat omtrent het zich toeeigenen van titels van ?
arts of dergelijke, die men niet gerechtigd is te dragen. _
Bovendien artikel 307 en v. in het «Vetboek van Strafrecht _ .
vormen een slagboom door te dreigen met straf, waar lichamelijk Ji"
letsel van eenig belang gevolg is van de schuld van den
genezer, die voor de gezondheid schadelijke middelen aanwendt
met nadeelig gevolg of die zonder bekwaamheid handelt met _ _
w zulk gevolg. l
Ik meen dat er geen reden is aan te nemen, dat voldoende
· is aannemelijk gemaakt, dat de vrije uitoefening van de genees-
jj, kunst belangrijke schade voor de volksgezondheid medebrengt.
, kan slechts dan gevestigd en uitgeoefend worden als de uitoefening van de genees- j
methode geoorloofd is. Openbaarheid is verre te kiezen boven het duister en bedekt
­ handelen. j
1
« i

l
j l
{ · {
ig g .