HomeDe vrije uitoefening der geneeskunst of het artsenmonopolie?Pagina 47

JPEG (Deze pagina), 826.88 KB

TIFF (Deze pagina), 8.11 MB

PDF (Volledig document), 46.13 MB

41
V. i
Brengt de vrijheid van uitoefening van de geneeskunst
belangrijke schade aan de volksgezondheid toe?
lil
Buiten de vraag of altyd de behandelingvan ziekten door
1 artsen te verkiezen is boven die door andere genezers, is de
beantwoording van bovenstaande vraag van groot gewicht voor
de beslissing of vrijheid van uitoefening der geneeskunst
g gewenscht is.
i Het verdient opmerking, dat bij de behandeling van onze
i geneeskundige wetten in 1865 de personen, die de wetten ver-
I dedigden., voor de verbetering van de gezondheidstoestanden
beroep deden op Engeland. De Minister Thorbecke zeide b.v.
het volgende: <<Onze sterfte, zoo ik mij niet bedrieg ­- de
i «deskundigen zullen mij verbeteren, zoo ik mij bedrieg - gaat
A «in ·den‘ regel de sterfte in Engeland te boven soms zeer ver
ècr «te boven». De deskundige, die het woord voerde en een sterk
voorstander van het medisch monopolie was, Dr. Idzerda, zeide · _
daarop: <<Volgens eene in England gemaakte waarneming zijn
daar alle sterftegevallen boven I7 van 1000 inwoners voor
` onnatuurlijk te houden>>. <<In Nederland is de gemiddelde sterfte
26 van 1000 inwoners.>>
Men ziet het: Engeland, dat vrijheid van uitoefening van de
geneeskunst kende, werd door de regeering van Nederland, door
niemand minder dan de minister Thorbecke, bij het indienen
van een nieuwe wet op de geneeskunst, die het monopolie der
artsen handhaafde, aangehaald als een land, waarin de gezond-
heidstoestand zeer gunstig afstak tegen dien van ons volk, terwijl
wij steeds het monopolie­stelsel hadden gehuldigd, en een voor-
stander van dit monopolie gaf eene zeer krachtige bevestiging
E van den meer gunstigen toestand van het land der vrijheid. Het
schijnt dus wel, zou men geneigd zijn uit te roepen, dat minder
de beperking van de vrijheid om de geneeskunst uit te oefenen
als wel doelmatige hygienische wetten en maatregelen tegen
vervalschen van levensmiddelen, tot het verschaffen van zuiver