HomeDe vrije uitoefening der geneeskunst of het artsenmonopolie?Pagina 36

JPEG (Deze pagina), 889.93 KB

TIFF (Deze pagina), 8.14 MB

PDF (Volledig document), 46.13 MB

l
1 . 1 e
i' .
1 ; 30 Q
Ik meen te mogen stellen, dat die genezende kracht in verband
rl staat met een onderdeel van de medische wetenschap, dat lj
. , misschien het meest belangrijke moet genoemd worden ·maar .
= dat tevens, daar die wetenschap sedert eeuwen gewoon was de _
l psychische zijde van de geneeskunst te verontachtzamen, weinig
j ontwikkeld is en dan nog alleen eenzijdig sinds de laatste jaren l
gi alleen in de richting van de suggestie, de psychologie. Een `
van de eerste psychologen van den laatsten tijd, de in 1910
T overleden hoogleeraar van de Harvard University, William james
‘· verklaarde daaromtrent: <<De psychologie verkeert in den toestand
j van de physica vóór Galilei, van de chemie vóór Lavoisier>>.
i «De psychologie is nog geen wetenschap, slechts de hoop op
i< een wetenschap>>.
Het behoeft dus reeds uit het gezichtspunt van de wetenschap
geen verwondering te baren als op dit gebied door leeken resultaten
I zijn bereikt, die de medici niet bereikt hebben, want deze blijven
_ veelal ver van het gebied der psychologie en het is niet te
j bepalen hoe ver dit gebied zich uitstrekt. <<Alle geestelijke
toestanden hebben onmiddelijk>>, zegt james, <<lichamelijke werk- T"
zaamheid van de een of andere soort ter gevolge». Er is alzoo
een onmiddelijk verband tusschen de geestelijke werkzaamheid
van den mensch en zijne lichamelijke gesteldheid.
Nu is er eene breede schare van menschen, die aanneemt
, dat de geestelijke werkzaamheid van den mensch niet is een
hersenwerkzaamheid maar dat er is een ziel, die werkt door de
hersens en die door deze de indrukken ontvangt, van welke zij
slechts enkele opneemt. Daar moet dan zijn een middelaar
tusschen de ziel en het stoffelijk organisme, als deze spiritualis-
tische theorie - de theorie van een belangrijk deel, zoo niet
van de overgroote meerderheid van de menschen ­- waar is.
Is dit juist, dan zal voor een goed deel de staat van de gezond- i
heid afhangen van de verhouding tusschen de ziel en het
organisme en van den toestand van den middelaar tusschen i
beiden. Ik heb in eene in 1911 gedrukte brochure over het
goed recht van het zoogenaamde menschelijke Magnetisme als ;
geneeskracht betoogd, dat die middelaar gevonden wordt in l
wat Mesmer en de oude magnetiseurs noemden het fluide van
» is
l l
l ll
i i
l l
l
`*~~. .___, _ _ _, _. r .. ..-`---t. .