HomeDe vrije uitoefening der geneeskunst of het artsenmonopolie?Pagina 35

JPEG (Deze pagina), 848.86 KB

TIFF (Deze pagina), 8.13 MB

PDF (Volledig document), 46.13 MB

‘ 29
· zekerd, de burger niet meer vrij zij in de keuze van de genees-
methode, die hij wenscht toegepast te zien? Is het gewenscht,
i dat de individueele vrijheid van den Nederlandschen burger in
dit opzicht aan banden wordt gelegd en eene medische voogdij
A over hem blijft uitgeroepen?
Waa1· is l1et algemeen belang, dat daartoe noopt?
Is' het zeker, dat de medische wetenschap in handen van
alle geijkte medici zoo onfeilbaar is en is de richting van die
i wetenschap in het algemeen zoo onwedersprekelijk juist, dat de
I richting, die deze wetenschap ingeslagen is en de wijze van
J behandeling door die medici bij de behandeling van alle ziekten
aan ieder Nederlander moet strekken tot maatstaf, volgens welke
W geneesmethode hy moet behandeld worden? Wie durft die
vragen zonder aarzelen bevestigend beantwoorden?
Bij de behandeling van de wetgeving in andere landen wees
ik er reeds op, dat in verschillende staten van Noord-Amerika, i
l van welke ik Illinois noemde, de psychische geneesmethoden - i
bepaaldelijk wat men noemt de magnetische behandeling- niet
T worden gebracht tot het monopolie der artsen en dat de juris-
J prudentie geneigd is, ze niet onder de geneeskunst te rekenen,
§ omdat ze geen uitoefening van de genees-wetenschap zijn.
Ik n1een dat die psychische geneesmethoden -­ bepaaldelijk
i voor zooverre zij niet bestaan uit suggestieve behandeling ­-- r
volkomen in overeenstemming zijn met het Christelijk geloof
zoowel als met den tegenwoordigen stand van de natuurkunde
i en met de levensfeiten.
Wat het geloof betreft, de schrijvers van den bijbel, bepaal-
delijk Paulus 1), gelastten aan de Christenen te ijveren om de
` geestelijke gaven, ook naar de gave van de gezondmaking,
die gezegd wordt in het bijzonder te bestaan in handoplegging.
Het is dan ook een feit, dat zich in den loop van alle eeuwen
bij alle volkere11 vertoonde, dat van sommige menschen een
genezende kracht scheen uit te gaan, welke niet kon aangeleerd
worden maar eene gave was, die hoogstens door oefening
van wil en gewoonte kon worden ontwikkeld.
1) 1 c‘<;»1·ïi1:he 12:28, 30:31 en 14: 1.
, *