HomeDe vrije uitoefening der geneeskunst of het artsenmonopolie?Pagina 34

JPEG (Deze pagina), 846.47 KB

TIFF (Deze pagina), 8.13 MB

PDF (Volledig document), 46.13 MB

l 28 ,
{= hoogescholen wordt onderwezen en door de artsen wordt in _
ii praktijk gebracht.
Voor de vraag omtrent de vrijheid van de uitoefening der ·
j geneeskunst is het reeds van overheerschend belang, of er wer-
j · kelijk een of meer geneesmethoden bestaan, die verdedigbaar
'l· zijn in theorie en goede resultaten verkrijgen in de praktijk, A
’ terwijl die geneesmethoden niet zijn methoden van geneeskunst,
m. a. w. niet zijn methoden,. waarbij het aankomt op de toepas-
_ sing van medische wetenschap of technische vaardigheid, die i
men door studie verwerft, maar waarbij in werking wordt ge- .
bracht een natuurgeneesmethode, die niet afhankelijk is van de
kennis en ervaring van den genezer maar van diens psychische
, en physieke gesteldheid en van de mogelijkheid om zich in
i rapport te stellen met den zieke. W
i Bestaan er zulke geneesmethoden, dan volgt daaruit, dunkt mij,
dat de geldende wet op de uitoefening der geneeskunst komt i
in botsing met de vrijheid van den burger om zulk een genees-
methode, die hem uit ervaring kan zijn gebleken van veel
j gewicht te zijn voor de behandeling van zijn ziekte, te kiezen. W
Immers al verbiedt de wet dit niet direct, zij tracht toch onmo-
gelijk te maken, dat de mannen of vrouwen, die van nature
begiftigd zijn met de vereischte psychische en physieke gesteld-
heid, hun werk daarvan maken als een bedrijf, m. a. w. dat zij
zich daaraan geven. Daardoor verstopt de wet de bron van die
geneesmethoden, althans heeft zij de strekking dit te doen. En
is die geneesmethode eene van goede resultaten omtrent meerdere l
ziekten, dan is de wet een struikelblok voorde volksgezondheid ~
en wat er dan met de wet moet gebeuren, behoef ik wel niet
te zeggen. Zoo komt de wet reeds dadelijk in botsing met eene ‘
belangrijke uiting van den bekwamen minister, die de wet
voorstelde en verdedigde, Mr. J. R. Thorbecke, waar hij bij de
behandeling van de wet zeide: «ik wensch geenerlei geneeswijze _A_`
uit te sluiten>>. 1) i
j En daaraan knoopt zich de vraag vast-: wenscht de wetgever
V in Nederland dat, opdat het monopolie der artsen blijft ver-
1) Opwyrcla a. v. blz. 560.

ii-.? - ­ ~ . x