HomeDe vrije uitoefening der geneeskunst of het artsenmonopolie?Pagina 22

JPEG (Deze pagina), 926.67 KB

TIFF (Deze pagina), 8.14 MB

PDF (Volledig document), 46.13 MB

4"ii TEW O " Y N Y M r Yrrr " ·
16 `
die genezing zoekt, niet door onkundigen, zij mogen zijn
j ter goeder of kwader trouw, worde behandeld>>, <<dat daaruit
l blijkt dat de bevoegdheid om met uitsluiting van anderen
de geneeskunst uit te oefenen niet is beperkt tot die genees- E
j kunst, die steunt op de door de wet tot het bekomen dier
l . .... . `
bevoegdheid vereischte kennis en ervaring maar zich uitstrekt i
over het geheele gebied der geneeskunst, welke middelen l
daarbij ook worden gebezigd en welke methode daarbij ook j
worde toegepast». Op die gronden werd evenals vroeger beslist, §
dat <<als geneeskundige bijstand moest worden beschouwd iedere J
bijstand, verleend met de voorgewende of werkelijke strekking, om ·
eene genezende werking op den zieken mensch uit te oefenen». '
Op deze wijze en met deze formule worden onder de overtreders
van de wet gerekend alle personen die zelfstandig handelingen, i
` van welken aard ook, als bedrijfshandelingen, plegen die de l
` strekking hebben om te genezen, Consequent doorgevoerd loopt
die formule uit op de veroordeeling b.v. van alle verplegers en
verpleegsters, die immers herhaaldelijk zelfstandig - d.i. zonder
dat de arts het hen steeds laat doen ­- plegen te handelenin
de verpleging, terwijl die verpleging zeker de strekking heeft j
om te genezen. `
­ Nu moge tegen het aannemen van deze qualificatie nog wel l
het een en ander te zi`n in te bren<ren,l het is buiten ki'f, ·
rs
1) De wet eischt, dat de bijstand zij geneeskundig, ni. a. w. dat de bijstand
valt in het terrein van de geneeskunst. Wat is geneeskunst? De memorie van °ï
toelichting geeft eene definitie. Vaarom is de Hooge Raad van die definitie
afgeweken en om welke redenen heeft ons hoogste rechtscollege eene veel ruimere
beteekenis aan het woord geneeskunst gehecht, zoodat het is in strijd met de
taalkundige beteekenis en de beteekenis welke aan het woord wordt gehecht ä
i door de regeering, die de wet voorstelde? De strekking van de wet wordt aangehaald è
in het arrest als de reden maar het doel van de wet om te waarborgen dat geneesheeren j
kennis en ervaring hebben, zal toch wel beperkt zijn tot die methoden waarbij het 1,
om kennis en ervaring te doen is. Het is toch niet wel aan te nemen dat de wet-
gever zou hebben geredeneerd aldus: hier wordt wel van den magnetiseur kracht J, ~
j gevraagd maar wij waarborgen dat de geneesheer kennis en ervaring heeft en dus j
geven wij hem ook het uitsluitend recht om te magnetiseeren. Als ik wel zie is er _
nog slechts ééne mogelijkheid : de wet vestigt een zuiver monopolie van de geneesheeren j
en erkent geen andere geneesmethoden dan die door geneesheeren worden aange- . E
l wend. Vanneer dit het oordeel van den Hoogen Raad was, dan ware het m. i. {
gewenscht geweest dat dit oordeel duidelijk was uitgesproken en aangewezen waarop ‘
j het beruïtte.
i ,
F l

l 1
[ 1
l ,
. M