HomeDe vrije uitoefening der geneeskunst of het artsenmonopolie?Pagina 10

JPEG (Deze pagina), 861.25 KB

TIFF (Deze pagina), 8.14 MB

PDF (Volledig document), 46.13 MB

l
E
4 i
j · der ouden, te bestudeeren. Hun moederklooster werd tevens
een school voor geneeskundigen. ' 5
De Pausen waren voor de uitoefening van de geneeskunst
vriendelijk gestemd.
De geleerde monnik Gerbert van Aurillac, leermeester van
Robert I van Frankrijk en van Keizer Otto III, later Paus iii
Sylvester III, 999, onderwees te voren de geneeskunst aan de
school te Reims. Een der eerste medische professoren van de
oudste hoogeschool in Europa te Salerno was een geestelijke
Alpuhans, later aartsbisschop te Salerno. De meest bekende
. geneesheer van de 9dC eeuw was Bertharius abt van Reichenau.
Een ander geestelijke Gerhard, priester in Felling, stichtte het
Hospitaal van den Heiligen Geest te Weenen en was geneesheer
van Leopold VI van Oostenrijk (1211). Paus Innocentius IV
stelde tot zijn geneesheer aan den kapelaan Teodorico Borgognoni,
die een werk schreef over de chirurgie (1266) en later werd deze
priester-geneesheer bisschop van Cervia, Van 1391-1411 was I
een geestelijke Sigismund Albicus van Unicow geneesheer van j
den Koning van Boheme Weiiceslaus, tot hij aartsbisschop van ‘
Praag werd.
De behoefte aan verpleging en behandeling van de pestzieken
deed zelfs de orde van de Cellebroeders en zusters ontstaan,
die zich toelegden op de verzorging en behandeling van de
pestzieken en kranken van allerlei aard, tot zelfs krankzinnigen
incluis. Zoo stond het cellebroeders-klooster aan de Nes te
Amsterdam als een zichtbaar teeken van hun werkzaamheid
tusschen het pesthuis en het groote St. Pieters gasthuis in. Zoo was
bij het klooster der Cellebroeders te Dordrecht gevoegd het dolhuis.
In de uitoefening van de geneeskunst door de geestelijken
` was evenmin als in de aansporing van Paulus een reden gelegen,
die tot monopolie kon leiden.
Maar in overeenstemming met de kerkleer namen Paus Inno- _j,_
centius III en het 4d€ Concilie van het Lateraan 1215 het besluit, i -
dat de uitoefening van de geneeskunst voor zooverre die bestond
in snijden en branden aan de geestelijken werd verboden 1). Er E
1) Corpus juris Canonici. Editio Ed: Friedberg III, L. cap. 9.
I
· |
ä
u
a
l