HomeHeeft God dan maar één zegen?Pagina 9

JPEG (Deze pagina), 866.47 KB

TIFF (Deze pagina), 6.49 MB

PDF (Volledig document), 11.19 MB

_ 7 .,.
wer of handelsman , die op aardappelen, granen, rijst en grutterswa.
ren belangrijk gewonnen heeft, zoo maar voetstoots een` woekeraar
zou mogen noemen. Die voorwerpen zijn nu eenmaal handelsartike­
len geworden, en handel is handel, dat is, kansen om heden te vvin~
nen en morgen te verliezen. Gelukkig, indien groote verliezen door
groote winsten opgevolgd worden, anders zouden wij weldra zonder
landbouwers en handelaars zijn.
De duin- en zandaardappelen hadden jaren lang weinig waarde. Het
was naauwelijks de moeite waard, ze te bouwen. Met het inlandsche
j graan was het even zoo, zoodat men zelfs meende, door eene Vet
daaraan te gemoet te moeten komen. Rijst gaf dikwijls veel ver-
lies. Maar nu is het blad omgekeerd. Ten volle wordt het be-
waarheid, des eenen dood is des anderen brood. Ten volle blijkt
het: "de stroom van welvaart vloeit altijd, maar bespeelt nu eens
deze, dan gene kust.°° `Was het gewas van goede aardappelen drie-
dubbel geweest, waren de prijzen van granen en rijst daardoor nog
twintig of dertig procent gedaald, en door de bezitters dier artikelen
enorm veel gelds verloren,.°t zou niemand in den zin zijn gekomen,
om hun dit verlies te vergoeden. Maar nu zij winnen, zijn °t weeke-
raars. Is dat billijk? Moest men zich in tegendeel niet verblijden, dat
het verlies voor velwz geen verlies is voor allen? WVant het geld, dat
R gewonnen wordt, blijft toch onder de menschen, en gaat van de eene
hand in de andere. Het is te verwachten , dat zi_j, die kapitalen op
rijst, op grutterswaren of granen gewonnen hebben, zoo men hen niet
uitmaakt voor woekeraars, een bewijs zullen geven, dat zij iets, ja!
veel voor behoeftigen overhebben. De winnende hand immers maakt
mild. Te vorderen, dat zij die winst geheel afstonden, ware onbillijk.
Zij alleen toch zijn niet gehouden in den nood der armen te voorzien.
Is’t ook aan hen te wijten, dat de prijzen zoo hoog zijn gestegen? ­­
De verregaande ongerustheid, de overdrijving der menschen, de schrik
en angst, die velen om het hart sloeg, alsof hongersnood ophanden
ware, dit alles heeft veel tot de rijzing toegebragt. Men heeft elkan-
` der het hoofd warm gemaakt, en doet het nog. De overdrijving duurt
nog voort. Men vestigt het oog te veel op het goede, dat men mist,
men schijnt het te sluiten voor hetgene men bezit. ­­ ‘Wat is er
eene bedrijvigheid en scheepvaart, binnens­ en buitenslands! Wat is
er eene drukte bij pelmolens, grutterijen en aan de korenmarkt! ­-
En wat den voorraad van goed graan betreft, reiken onze eigene
voorraadsehuren niet toe, die van de geheele wereld kunnen, eischt
het de nood, voor ons worden opengesteld. Hoe overdreven is de
vrees voor gebrek! - Heeft dan de goede en onmetelijk rijke God.
maar éénen zegen! Is de aardappel het éénige hoofdvoedingsmiddel
in zijne voorraadschuren? - Kinderaehtige, dwaze gedachte! ­- Al
kwam er nooit weder een enkele aardappel uit den grond te voor-
schijn, ’t zou, door langdurige gewoonte, in den beginne wel eenig on-