HomeHeeft God dan maar één zegen?Pagina 5

JPEG (Deze pagina), 808.95 KB

TIFF (Deze pagina), 6.56 MB

PDF (Volledig document), 11.19 MB

3
Op plaatsen , waar reeds Soep-Uitdeelingen bestaan , vermeerdere
j men de gelegenheid, door aan huisgezinnen , die anders tweemaal in
i de week ontvangen, drie- of viermaal te geven.
Men kan voorts, op elken dag, een aantal portiën meer laten
r koken en dan aanvullen met de kool. » Weêr 1;- uur laten koken en alsdan aanvul-
. j len met het zout, de peper en de selderij en hierna nog te zamen twee uren koken. Neem
dan het vuur van onder de ketels weg en laat de soep in den ketel2 of 3 uren staan,
· nu en dan eens doorgeroerd. A '
[ ` ' Eene tweede koek-ceel.
F Benoodigdheden ter bereiding van 1000 portiën soep, de portie groot 1% Ned. kan.
· Vleeschsoep. Erwtensoepa Botersoep.
· 24 Ned. pond. Vleesch. 24 Ned. pond. Vleesch. ' 6; Ned. pond. Boter.
130 v 1;, Grutten. 160 u 1: Erwten. 130 _ n ii Grntten.
12 n v Zout. 80 II u Grutten. 12 u zi Zout.
19 n _ lood. Peper. 12 0 M Zout. 19 II lood. Peper.
, _ . 85 bossen Selderij. 19 v lood. Peper. 85 bossen Selderü.
_ 65 bossen Selderij.
è mnd Ajuin.
i De grutten worden des morgens ten 10 ure in de houten knipen 3 Rijnlandsche
duimen onder water gezet. De ketel, waarin de spijs zal gekookt, worden, wordt des
avonds zoo ver volgepompt, dat die, als de grutten daarin gestort zijn, nog 3 Rijn-
landsche duimen onder den rand blijft, opdat er behoorlük geroerd zal kunnen worden.
Des avonds ten 11 ure wordt het vuur aangemaakt en zoo gestookt, dat alles ten
i 4 ure des morgens kookt.' Op dien tijd wordt het vuur behoorlijk gedekt, ten einde
j een en ander aan de kook zou kunnen blüven, als de grutten gestort worden. Het vuur nu
goed doorbrandende, dat welhaast geschiedt, stort men de grutten onder gestadige omroe-
· _ ring, ten einde ook de minste aanbranding voor te komen. De selderij is vooraf gesne-
. den, en opdat die goed gaar zou worden, doet men ze er des morgens ten halfzes ure bij.
‘ Het vleesch, dat geheel fijn gehakt is, zonder beenderen, ten zes ure, het zout en de
. peper ten 8 ure. Het zout en peper moet vooraf goed door elkander gemengd zijn, ten
, einde alle bij elkander blijven van de fijne peper voor te komen.
‘ · ` Nu wordt delketel weder op de vereischte hoogte met warm water aangevuld en
j alles doorgekookt. Zulks geschied zijnde, kan men het vuur als ’t ware verwaarloozen,
als men maar zorgt, dat de soep op eene behoorlijke hitte blijft, tot den tijd der uit- t
l deeling, Welke ten 10 ure reeds kan plaats hebben.
" Bij de erwtensoep doet men vooraf de erwten in den ketel, vult dien met water,
zoo als bn de vleesehsoep is gezegd, en zorgt, dat deze ten 3 ure des nachts koken.
T Zoodra zij beginnen te breken, wordt de grootste zorg aanbevolen, want dit is vooral bij
j de erwtensoep een hoofdvereischte, datzij gestadig geroerd worde. Ten half zes ure voegt
j men er den lijngehakten ajuin bij en handelt verder als bij de vleeschsoep is opgegeven.
E Met de botersoep handelt men als met de vleeschsoep, doch doet men de boter
i ~ eerst één uur, voordat de uitdeeling zal plaats hebben, in den ketel en roert die daarin
naar behooren door.
Men beginne niet uit te deelen , vóórdat de ketel op d.e maat is gebragt, ten einde
de duizend portiën te kunnemafgeven.
l De ketel, waarin 1000 portiën gereedgemaakt worden, moet ruim 1200 Ned.
l kannen bevatten, want de ondervinding heeft bewezen, dat men bij de uitdeeling der
l spijzen door de dikte derzelve steeds op de waterijking te kort komt.
Kookt men in twee of meer ketels, dan moet men de soep eerst, naar mate de
L uitdeeling voortgaat, in een’bak of ander vat laten loopen ofscheppen en daaruit deelen,
l
Y
'
i