HomeHeeft God dan maar één zegen?Pagina 3

JPEG (Deze pagina), 799.46 KB

TIFF (Deze pagina), 6.47 MB

PDF (Volledig document), 11.19 MB

1 .
. HEEFT GOD DAN MAAR EENEN ZEGEN?
Wij gaan den winter te gemoet. Die vorige winter heugt ons nog.
Wat duurde hij lang, wat was hij bang! En de aanstaande winter,
. i E A zal hij minder streng en drukkend zijn? ­­ Wie te onbezorgd is, ver-
dient hij den naam van een omzigtig en nadenkend mensch'? ’t ls
geen kleinigheid, die vreesselijke ziekte onder -­ die groote schaarsch­
` heid aan goede aardappelen. Hoe bedroevend ziet het er uit voor den
` arme , vooral voor den dagloone1· en handswerksman! Wil men dat
. alles lijdelijk aanzien?
Volstrekt niet! Met wakkerheid zullen de handen worden uit-
` gestoken. De wijzen willen uitvinden, de vermogenden geven, de
krachtigen Werken en allen willen opofferen.
A · 4 De wijzen willen denken en uitvinden. Dat hebben zij reeds ge-
‘ daan. Zij doen het nog. Zij bestuderen den aard dezer ziekte en
_ de middelen tot herstel. De Geleerden verschillen grootelijks over de
oorzaken. Een krachtig en vernieuwd bewijs, dat een mensch,
ja, zelfs een Geleerde, al heel weinig redenen heeft, om de borst
hoog te dragen en wijs in eigene oogen te zijn. Als °t er op aan-
komt, is in vele gevallen de Wijsgeer een kind, en moet erken-
nen: "Ik en weet het niet.°° - Men brengt het intusschen zoo ver
_ men kan. Men vorscht uit. Men tracht te verbeteren wat slecht is,
, te behouden wat nog gered kan worden. Men onderzoekt of elders
in vreemde Landen goede aardappelen te bekomen zijn, en ontziet
moeite noch kosten, ze herwaarts te doen overbrengen. Men is er
op bedacht, om zich tegen een volgend misgewas te waarborgen, door
_ ~ betere en gezonde poot­aardappelen uit den vreemde te ontbieden.
L Men praktizeert op andere gezonde en welsmakende voedingsmidde-
len. In Wees- en Gasthuizen zijn reeds onderscheidene spijzen inge-
voerd, die den aardappel geheel of ten deele vervangen. Zoo beproeft
het verstand en vernuft alle dingen , en de wijsheid en scherpzinnig-
. heid des menschen zullen wel eenig middel vinden, jom het kwaad
iets minder kwaad te maken.
' Maar men wil niet alleen praktizcren en wijsheid uitkramen; men
· j ` i wil ook handelen. Men wil ondersteunen, helpen, geven. Van alle
, kanten is men in de weer. Daar zijn er, die reeds voorlang aan
‘ zienlijken voorraad granen hebben gekocht, die men zonder winst
aan behoeftigen wil overdoen. Er zijn anderen, die een overeen-