HomeHeeft God dan maar één zegen?Pagina 10

JPEG (Deze pagina), 879.08 KB

TIFF (Deze pagina), 6.50 MB

PDF (Volledig document), 11.19 MB

I
.. 8 ....
gerijf geven; maar niemand stierf daarom van honger en gebrek, want
niet éénen zegen heeft God, niet ééne gave, maar duizende giften en
’ zegeningen.
l Hoe onvoorzigtig bovendien van den mensch, om één en hetzelf-
de artikel tot hoofdvoedsel in verschillende Landen te bestemmen!
Dat voorwerp, waar ieder aan hangt, kan zelfs geen jaar duren! Komt
j er dan eene algemeene ziekte, van elders is geen hulp te erlangen.
Ieder heeft genoeg te doen voor zich zelven. De tegenwoordige ver-
l legenheid intusschen om goede aardappelen, die zeker te hoog in de
schatting van velen genoteerd stonden, drijft er reeds toe, om andere ar- _
tikelen, die in geene groote achting waren, op beteren koers te brengen
en meer te doen waarderen. -­ In allen gevalle kan deze en gene gene-
zen worden van de aardappel-manie; want dat sommigen daarvan te veel
en te uitsluitend gebruik maakten, ten koste hunner gezondheid, bleek
inenigmalen. Er zijn Gestichten in ons Vaderland, waa1· sinds eenige
maanden de aardappel in veel mindere hoeveelheid gebruikt wordt.
Er zijn onder de behoeftigen, die zich daarvan vele dagen onthielden,
en op wier humeur, opgeruimdheid van geest en gezondheid het, naar
j `t schijnt, een` invloed ten goede oefende. Het is dus niet alles ver-
lies. -­ Wat nog meer is, het tegenwoordig kwaad geeft hoop op een
j toekomstig goed. Sinds een aantal jaren ging het met de aardappel-
j familie den kreeftengang. Van overgrootvader tot aehterkleinkind,
j heeft men van dezelfde familie poters genomen, en van lieverlede
j daardoor de soort verzwakt en bedorven. Vooral omdat men de po-
l ters nam uit die soort, die het overvloedigste gewas beloofde, en den
landbouwer de meestewinsten aanbood. Het is van de uiterste aan-
gelegenheid, daarvoor zich in `t vervolg te wachten. En indien de slechte
aardappelsoort aanleiding en prikkel geeft, om voortaan betere te
hebben; is dan de ziekte geene weldaad? Doch er is nog meer te zeg-
gen. Ik spaar dit tot een’ volgenden brief.
l
j Tvvinzoa muur.
j zllyrz I/`rierzd.'
j Ja! wel zijn er wijzen onder de menschen, want sommigen hebben, K
j ten aanzien der aardappelziekte, blijken van schranderheid gegeven.
j Maar de menschelijke wijsheid blijft desniettemin beperkt. Had het
j van menschelijke beslissing afgehangen, er waren dit jaar niet anders
j gekomen dan goede aardappelen. Wat zou er ’t gevolg van geweest
j zijn ? Dat de aardappelen met minachting waren aangezien en tot
spotprijzen verkocht, dat zich de lagere standen in een onmatig gebruik
hadden te buiten gegaan, en aan dit ééne voedingsmiddel nog meer
j waren verslaafd. Men weet toch, dat, indien alle aardappelen goed uit-
j gevallen waren, het gewas, °t zij met eerbied gezegd, te overvloedig
i zou geweest zijn. Het misgewas gaf alzoo aanleiding, om eenigermate
de overdrevene gezetheid op een bepaald voedsel af te leeren. En
l
l
a
l
l