HomeIets over den belemmerenden invloed en onevenredigen druk, welken de belastingen op den landbouw uitoefenenPagina 25

JPEG (Deze pagina), 808.45 KB

TIFF (Deze pagina), 6.72 MB

PDF (Volledig document), 19.55 MB

91
3
ZI
ä
middel om de belastingen minder drukkend te maken; want de l
belastingen moeten geheven worden van de inkomsten der natie,
E en verdient de natie niet, zij zullen blijven drukken, men ver-
mindere ze, zooveel men wil. Men beginne daarom eens met den
turfaccijns af te schaffen, en het zal geene lange jaren duren, of
het nadeel, dat de schatkist daardoor ondervindt, wordt ruim vergoed
i door het algemeen verspreide welvaren. Wil men de gevolgen
E van eene kortstondige ophefling van 1823 tot 1834 zien, men
aanschouwe de ontginningen aan de Dedemsvaart in Overijssel,
` aan het stadskanaal in Groningen en de uitgestrekte veenkoloniën
I in Drenthe. Geene accijns veroorzaakt bij eene mindere opbrengst,
` Wij gelooven van f1,300,000 bruto, meer nadeel; tegen geene
` belasting kunnen gegronder bezwaren aangevoerd worden. Behalve
de reeds opgemerkte, kan men van deze accijns nog met alle
l regt zeggen, dat zij eene belasting is op de eerste levensbehoeften,
en dat zij daardoor in het bijzonder de lagere klassen der maat- ,·
sohappij bezwaart; dat zij den prijs van den grondstof voor vele
fabrijken en takken van nijverheid verhoogt, welk nadeel door
het verleenen van vrijdom aan eenige fabrijken, slechts voor een
zeer klein gedeelte, weggenomen wordt; dat zij eene belasting is,
,. die aan den bron, zooals men dat noemt, geheven wordt; dat
j_ zij veel aanleiding geeft tot willekeur van de zijde der ambtenaren,
Q en eindelijk, dat zij bij uitnemendheid eene belasting op den »
T arbeid is; want de waarde van den turfis schier uitslnitend arbeid. D
Piekent men, dat een bunder hoog veen van matige hoedanigheid l
150 dagwerken geeft, en deze ieder 250 ton, en stelt men de ton
op de plaats der consumtie op 20 centen, dan erlangt de ruwe
veenspecie, die zonder verveening bijna geene waarde heeft, door
j den arbeid, namelijk verveening en vervoer, eene waarde van
j f 7,500, welke voor het grootste gedeelte, door de arbeidende
volksklasse genoten wordt. .
Het is waarlijk te betreuren, dat men in ons land aan den
j eenen kant de schatkist opofferingen oplegt, die millioenen guldens
§ » bedragen, ten einde bescherming te verleenen aan enkele takken
2

l
r
t
ä