HomeIets over den belemmerenden invloed en onevenredigen druk, welken de belastingen op den landbouw uitoefenenPagina 23

JPEG (Deze pagina), 771.04 KB

TIFF (Deze pagina), 6.72 MB

PDF (Volledig document), 19.55 MB

N
{
l ii)
het bezwaar niet geheel weg. Men zie onder anderen de verslagen l
j der beide eerste landbouwkundige congressen te Zwolle en te
· Arnhem gehouden. ·
’ Onder alle accijnsen is er echter geene, welke de uitbreiding
van den landbouw krachtiger onderdrukt, dan die op den turf,
vooral op dien turf, welke· uit de hooge veenen gegraven wordt.
_ Veel is over dit punt geschreven en gewreven. Menigeen verkeert
j echter nog in het denkbeeld, dat de luide klagten, die tegen deze
1 belasting aangeheven worden, alleen voortkomen van eenige weinige
J veeneigenaren, dat eene afschalïhng het algemeen weinig haten en
j slechts dezen eenig voordeel aanbrengen zoude; als of de land-
bouw, waarvoor de verveening voorwaarde is, daardoor niet van
, eene harer belemmeringen zoude bevrijd worden; als of de onbe-
. perkte concurrencie den turf niet meer in prijs zoude doen ver-
Vi minderen dan de accijns bedraagt; als of de fabrijken, die hem als
V grondstof bezigen, daardoor niet in bloeizouden toenemen en beter
tegen vreemde mededinging bestand zijn; in één woord, als of
alle consumenten van turf en van voorwerpen, tot wier fabrikage
. turf en vuur gebruikt wordt, daar niet bij winnen zouden!
Het is bekend, welke onafzienbare uitgestrektheden de hooge
,._, veenen in de provinciën Groningen , Vriesland, Drenthe en Overijssel
innemen. Welnu! de turfaecijns is oorzaak, nietalleen dat aldaar de
veenderijen, die belangrijke tak van echt nationale nijverheickkwijnen; j
maar zij is tevens oorzaak, dat de ontginningen dier uitgebreide j
veenstreken onderdrukt en in· vele gevallen onmogelijk worden.
, De landbouw moet daar in het algemeen door verveening voorafge-
¤ gaan worden. Dit is eene waarheid, die wel niemand zal tegenspreken.
Zonder eene voorafgegane ol`geli_jktijdige verveening is eene voordee-
{ lige ontginning onmogelijk. De veenspecie, die den onderliggendeu
grond bedekt, is volstrekt ongeschikt voor bebouwing; zij moet zoo
t niet geheel, althans grootendeels, weggegraven zijn, vóór dat men
er aan denken kan, er den ploeg in te zetten. Buitendien, geene
i ontginningen zonder kanalen. De kosten daarvan moeten uit de
. ‘ opbrengst van den turf gevonden worden. _
2 W j U