HomeHet onregtmatige, ondoeltreffende en hoogst-nadeelige der Armenwet, in hare bepalingen omtrent het domicilie van onderstandPagina 8

JPEG (Deze pagina), 627.57 KB

TIFF (Deze pagina), 5.76 MB

PDF (Volledig document), 30.22 MB

I
ti
Daar nu de ondersteuning der armen van overheidswege
volgens den grondslag dezer wet slechts geschiedt en ook
volgens de zuivere beginselen van staatsregt en staatsbe-
stuur ") niet anders geschieden mag dan uit policiezorg,
omdat eene menigte onverzorgde armen de veiligheid in
de waagsehaal stellen en de rust en de welvaart der maat-- l
schappü bedreigen, zoo viel by de beslissing der vraag, ‘
v wie volgens ons staatsregt de kosten dezer polieiezorg moest ‘
dragen, slechts te onderzoeken, of daarbij het algemeen dan
wel het plaatselijk belang meer regtstreeks betrokken
was, of het gevaar voor de veiligheid, rust en welvaart
p den geheelen staat, dan wel meer in het bijzonder de
gemeente bedreigde, waar zich de onvermijdelük te bedoe-
len armen bevonden.
l Op eene onhegrgpelüke wgze heeft men echter bij de
voordragt, behandeling en vaststelling dezer wet dit oog-
punt geheel voorbügezien. Men is daarhü uitgegaan van
de stelling, dat men tusschen drieërlei stelsels te kiezen
had, namelük om de kosten te brengen of ten laste van
de plaats des werkelüken verblü/s, of ten laste der plaats
i waar de beheeftige sedert eenige jaren züne woonplaats had
vóór het ontstaan der behoefte, of ten laste züner geboorte-
1 plaats; - men wikte en woog de voor- en nadeelen, aan
J deze verschillende stelsels verbonden, vooral met het oog I
p op de bezwaren en geschillen, die daaruit in de toepassing 2
, konden voortvloeüen;
Wel erkende de regering in hare memorie van toelich~
i ting, »dat het stelsel, volgens hetwelk de plaats, waar de
i arme tüdens liet ontstaan van behoefte zich bevindt, als
zgn domicilie van onderstand wordt aangemerkt, het een-
voudigste is en het meest zou overeenkomen met de be-
ginselen, in dit wetsontwerp gevolgd; doch volgens het
*) DE Boscu iinairian, Handleiding tot de kennis van het Nederl.
1 Staatsregt , § 486. _
l