HomeHet onregtmatige, ondoeltreffende en hoogst-nadeelige der Armenwet, in hare bepalingen omtrent het domicilie van onderstandPagina 27

JPEG (Deze pagina), 641.20 KB

TIFF (Deze pagina), 5.77 MB

PDF (Volledig document), 30.22 MB

l l
`l
ll

25
te beperken, kunnen leiden tot grooter bezwaren dan alle,
die tot dus verre zgn ondervonden.
l »Het is ons echter niet duidelük, hoe, indien inderdaad
l deze zucht bestond, zü een bezwaar kan genoemd worden
bü eene wet, die de bedeeling van armen zooveel mogelük
aan de kerkelüke en büzondere liefdadigheid wil overgela-
Q ten hebben, en die bedeeling van de züde der burgerlüke
besturen slechts in geval van volstrekte onvermüdelijkheid,
l en dan nog zoo beperkt mogelük, wil. Deze zucht, zoo
k zü door het vervallen van het restitutie·stelsel zich over
l de geheele burgerlüke armenbedeeling uitstrekte, zou on-
getwüfeld meer büdragen tot verwezenlüking van het ge-
noemde hoofddoel der wet, dan alle aanschrüvingen en
vermaningen daartoe zullen leiden.
»Tüdens de beraadslagingen over de tegenwoordige armen-
L wet, heeft men »- het is waar -­ een amendement tot
' wüziging der wet in den aangegeven zin , met groote meer-
derheid verworpen; maar toen wist men nog niet bü on-
, dervinding, welke nadeelige gevolgen de tegenwoordige
bepalingen voor het grootste deel der gemeenten zouden
l opleveren.
»~Het is eveneens waar, dat de commissie uitde Tweede
ll Kamer, in wier handen het verslag der regering betreffende
* het armwezen over 4856 is gesteld geweest, het gevoelen
; heeft geuit, dat het feit, dat de diaeoniën in het domiciliestel-
° sel een geheel ander beginsel huldigen dan bg de wet op
het armbestuur is aangenomen, geen voldoenden grond op-
levert om het stelsel der wet te veranderen, dewül er geen
waarborg bestaat, dat de kerkelüke bepalingen niet nog
eens weder veranderen, en er ook nu in dit opzigt nog
geene eenheid bü alle kerkgenootschappen aanwezig is. Wij
merken op, dat indien het de meening was, dat die gel1jk­
heid alleen en op zich zelve de bedoelde verbetering zou
aanbrengen, het zoo even aangehaalde gevoelen dan ook
zeer juist zoude zyn; maar zij, die de bedoelde wüziging